Category Archives: Veelgestelde vragen

Waar komt ‘Christus’ van Jezus Christus vandaan?

Soms vraag ik mensen  wat zij denken wat Jezus’s achternaam was. Gewoonlijk antwoorden zij zoiets als: “Ik denk dat zijn achternaam ‘Christus’ was, maar ik weet het niet zeker.   Dan vraag ik: “Als dat zo was toen Jezus een klein jongetje was, namen Jozeph en Maria Christus kleine Jezus Christus mee naar de markt?”  Dat weggenomen realizeren zij zich dat ‘Christus’ is niet Jezus’s achternaam. Wat is ‘Christus’ dan?  Waar komt het vandaan? Wat betekent het? Dat is wat wij graag willen onderzoeken in dit artikel.

Vertaling vs. Transliteratie

Eerst zullen we enkele basis principes van vertaling moeten begrijpen. Vertalers proberen de beste betekenis te gebruiken.  Daarom wordt een woord-voor-woord benadering niet altijd gebruikt.  Maar vertalers kiezen soms om te vertalen volgens klank in plaats van de betekenis, vooral als het om namen of titels gaat.  Dit heet transliteratie.  Bij voorbeeld, de name “Petrus” is een transliteratie van de Griekse naam Πέτρος (Petros), wat “rots” betekent in het Grieks.  De naam werd “Petrus” omdat het bijna hetzelfde klinkt als Petros, in plaats van de betekenis van de naam.  Niettemin, de naam in het Frans is Pierre, wat “rots” betekent. Dus was de naam weergegeven in het Frans, vanuit het Grieks door vertaling (dezelfde betekenis), in plaats van transliteratie (dezelfde klank).  Voor de Bijbel moesten vertalers besluiten, of woorden (vooral namen en titels) beter vertaald zouden worden in de ontvangers taal door vertaling (betekenis) of door transliteratie (klank).  En er is geen specifieke regel; soms is het beter om te vertalen en andere keren is transliteratie beter.

De Septuagint

Laten we nu deze beginselen  afleggen op de historie van de Bijbelse vertaling.  De eerste vertaling van de Bijbel was toen het Hebreeuwse Oude Testament werd vertaald in het Grieks rond 250BC. Deze vertaling staat bekend als de Septuagint (of LXX) en het heeft een enorme invloed uitgeoefend op de Westerse wereld.  Het meest belangrijke ervan is (omdat het Nieuwe Testament in het Grieks geschreven was), dat wanneer de schrijvers van het Nieuwe Testament iets aanhaalden van het Oude Testament (wat ze vaak deden), zij regelmatig de Griekse Septuagint gebruikten in plaats van het Hebreeuwse Oude Testament

Vertaling & Transliteratie in de Septuagint

Het plaatje hieronder laat zien hoe dit invloed heeft op de Bijbel van vandaag, de vertalingsfasen zijn in kwadranten te zien.

Dit laat de vertalingsloop zien van oorspronkelijke naar de huidige Bijbel.

Dit laat de vertalingsloop zien van oorspronkelijke naar de huidige Bijbel.

Het oorspronkelijke Hebreeuwse Oude Testament is in kwadrant #1 en is toegankelijk in de Masoretische tekst en de Dode Zee Rollen.  Het Griekse Nieuwe Testament is in kwadrant #2. Maar omdat de Septuagint een Hebreeuws –> Griekse vertaling is,  wordt dit getoond als een pijl die van kwadrant quadrant #1 naar #2 gaat zodat  #2 beide het Oude en het Nieuwe Testament bevat. In de onderste helft (#3) is een hedendaagse taal waarin de Bijbel vertaald is. De vertalers moesten besluiten of de woorden beter waren in de ontvangerstaal, door transliteratie of door vertaling zoals hierboven is uitgelegd. Dit wordt laten zien met de groene pijlen benoemd translitereer en vertaal, en laat zien dat de vertalers beide benaderingen konden nemen. Tezamen, dit figuur laat her process zien hoe de Bijbelse teksts zijn vertaald van Hebreeuws en Grieks, naar de talen van nu.

De Oorsprong van ‘Christus’

In het volgende figuur volg ik hetzelfde process als hierboven, maar deze keer focus ik vooral op het woord ‘Christus’ dat in ons hedendaagse Nieuwe Testamenten voorkomt.

Waar komt ‘Christus’ vandaan in de Bijbel.

Waar komt ‘Christus’ vandaan in de Bijbel.

We kunnen zien dat in het originele Hebreeuwse Oude Testament de term ‘mashiyach’ was, en wat het Hebreeuws woordenboek vertaald als ‘gezalfde of gewijde’ persoon. Hebreeuwse priesters en koningen van Oud Testamentische tijd werden gezalfd (ceremonieel met olie gewreven) voor zij hun aantrede deden, zij waren dus gezalfden, of ‘mashiyach’. Maar bepaalde profetische Oude Testamente gedeeltes spraken ook over een bepaalde ‘mashiyach’ (met het bepalend lidwoord ‘de’) waarvan voorzegd was dat hij zou komen. Toen de Septuagint ontwikkeld was in 250 BC, de vertalers kozen een woord in Grieks met een soortgelijke betekenis, Χριστός (klinkt als Christos), dat kwam van chrio, wat betekent: ceremonieel met olie wrijven.  Dus werd het woord Christos vertaald met de betekenis (en niet translitereerd door klank) van het originele Hebreeuwse ‘mashiyach’ in de Septuagint, wijzend naar die specifieke persoon.  De schrijvers van Het Nieuwe Testament begrepen dat Jezus deze person was waarvan gesproken werd in de Septuagint en daarom gingen zij door met het woord ‘Christos’ in hun geschriften om Jezus aan te wijzen als deze ‘mashiyach’.

Maar toen we naar de hedendaagse talen verschoven, was er geen gemakkelijk herkenbaar woord met een soortgelijke betekenis dus ‘Christos’ werd toen getranslitereerd van Grieks in deze talen als ‘Christus’ en de varianten daarvan.  Daarom is het woord ‘Christus’ een specifieke titel, geworteld in het Oude Testament, afgeleid door vertaling van Hebreeuws naar Grieks, en dan getranslitereerd van Grieks naar moderne Eurpese talen.  Het Hebreeuwse Oude Testament is direct vertaald in deze talen en vertalers hebben verschillende keuzen gemaakt in de vertaling van het originele ‘mashiyach’.  Sommige Bijbels vertalen (door de betekenis) naar variaties van ‘Messias’ en anderen translitereren (dus klank) naar variaties van ‘Christus’. Omdat we het woord ‘Christus’ niet gemakkelijk in het Oude Testament zien, is de connectie met het Oude Testament niet duidelijk.  Maar van deze analyse weten we dat de Bijbelse ’Christus’=’Messias’=’Gezalfde’ en dat het een specifieke titel was. De originele Griekse lezers van het Nieuwe Testament, zouden meteen de ‘Christos’ gezien hebben van de Septuagint en zouden het directe verband hebben gezien, terwijl wij echt er naar moeten zoeken.

De Christus geanticipeerd in 1ste Eeuw

Laten we, gewapend met dit inzicht, enkele waarnemingen maken over het Evangelieverslag. Hieronder volgt de reactie van Koning Herodus toen de wijzen uit het oosten kwamen, zoekend naar de Koning der Joden, een welbekend gedeelte uit het Kerstverhaal.  Bemerk dat ‘de’ voor Christus geschreven is, al verwijst het niet specifiek naar Jezus.

Toen Koning Herodus dit hoorde, werd hij verontrust en heel Jeruzalem met hem.  Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen en legde hun de vraag voor, waar de Christus moest geboren worden. (Matthew 2:3-4)

U kunt zien dat het idee van’de Christus’ was al algemeen aanvaard door Herodus en zijn religieuze adviseurs – zelfs voordat Christus geboren was – en het wordt hier gebruikt zonder speciaal naar Jezus te verwijzen.  Dit is omdat ‘Christus’ vanuit het Oude Testament komt, het werd gewoonlijk gelezen door Joden van de 1ste eeuw (zoals Herodus en de hogepriester van zijn tijd) in de Griekse Septuagint. ‘Christus’ was (en is nog) een titel, en geen naam.  Hierdoor kunnen we meteen het belachelijke idee ontkrachten dat ‘Christus’ een Christelijke uitvinding is of een uitvinding door iemand  zoals Keizer Constantijn van 300 AD, populair gemaakt door films zoals demDa Vinci Code.  De uitdrukking bestond al honderden jaren voordat er Christenen waren en Constantijn aan de macht kwam.

Profetieën van ‘De Christus’ in het Oude Testament

In werkelijkheid, de term neemt hier een definitieve profetische titel aan, reeds in de Psalmen beschreven door David, rond 1000 BC – lang, lang vóór de geboorte van Jezus. Laten we eens kijken naar de eerste gebeurtenissen.

Waarom komen de volken in opstand en zinnen de naties op zinloze plannen?  Waarom stellen koningen van de aarde zich in slagorde op, beramen vorsten een oorlogsplan tegen de Heer en tegen zijn gezalfde? Wij willen hun ketens verbreken en ons van hun boeien bevrijden.  Die in de hemel woont lacht, de Heer spot met hen en in zijn woede spreekt Hij.  Zijn grimmigheid benauwt hen: ‘Ikzelf heb mijn koning gezalfd op mijn heilige berg, op de Sion’.  Ik verkondig het besluit van de HEER:  Hij zei tegen mij: ’Jij bent mijn zoon, vandaag heb ik je verwekt…’ (Psalm 2:2-7)

De Griekse Septuagint werd veel meer gelezen dan het Hebreeuws in de eerste eeuw. (Door Joden, als andere volken).  Psalm 2 in de Septuagint las op de volgende manier (Ik voeg het in met een getranslitereerde ‘Christos’ zodat je de ‘Christustitel’ kunt ‘zien’ zoals de lezer van de Septuagint het kon)

De koningen der aarde nemen hun stand…tegen de Heer en tegen Zijn Christus. Degene die in de Hemel op de troon zit lacht; de Heer spot met hen…zeggend… (Psalm 2)

Je kunt nu ‘Christus’ ‘zien’ in dit tekstgedeelte zoals een lezer van de 1ste eeuw het gezien zou hebben. Maar de Psalmen gaan door met meer verwijzingen naar de komst van Christus. Ik zet het standaard tekstgedeelte naast een getranslitereerde, een met ‘Christus’ erin zodat je het kunt zien.

Psalm 132- Uit het Hebreeuws  Psalm 132 – Uit de Septuagint 
O Heer, …10  Omwille van David uw dienaar,
Verwerp uw Gezalfde niet.11 The De Heer heeft aan David een
eed gezworen, een eed die hij niet zal terughalen:
“Uw eigen nazaat zet ik op de troon —
…17 “Daar schenk ik Davids hoorn
weer nieuwe loten de lamp van mijn Gezalfde ontsteek ik weer.18  Zijn vijanden zal ik kleden met schande,  maar Davids diadeem krijght
zijn glans terug.
O Heer,…10  Omwille van David uw dienaar, verwerp niet uw Christus.

11 The De Heer heeft aan David een eed gezworen,
een eed die hij niet zal terughalen: “Uw eigen nazaat zet ik op de troon—
…17 “Daar schenk ik Davids hoorn weer nieuwe
loten de lamp van mijn Christus ontsteek ik weer.

18 .” Zijn vijanden zal ik kleden met schande,
maar Davids diadem krijght zijn glans terug

Je kunt zien dat Psalm 132 specifiek spreekt in de toekomstige tijd. (“…Daar schenk ik Davids hoorn …”), zoals zovele tekstgedeelten van het Oude Testament.  Dit is belangrijk als men de profetieën kent. Het is niet alsof de Nieuwe Testamentische schrijvers wat ideeën namen van het Oude Testament en zorgden dat ze pasten. Het is zo duidelijk als woorden kunnen zijn dat het Oude Testament, zelfs zonder het Nieuwe Testament te overwegen, toekomstige beweringen en voorspellingen maakt.  Herodus wist dat de Oude Testamentse profeten voorspellingen maakten over de komende ’Christus’daarom was hij klaar voor deze aankondiging.  Hij had alleen nodig dat zijn adviseurs hem de bijzonderheden van deze voorspellingen vertelden. Van de Joden is bekend dat zij op hun Messias (of Christus) wachten.  Het feit dat zij wachten of uitkijken naar de komst van hun Messias heeft niets te maken met Jezus, of het Nieuwe Testament (omdat zij dat negeren), maar heeft eerder alles te maken met de expliciet op de toekomst gerichte voorspellingen en profetieën in het Oude Testament.

De Oud Testamentische profetieën: Gespecificeerd zoals een slot-en-sleutel stelsel

Het feit dat de Oud Testamentse geschriften expliciet voorspellend zijn, betekent dat ze tot een kleine group behoren van de grote zee van literatuur welke geproduceerd is tijdens de menselijke geschiedenis. Het is zoals het slot in een deur.  Een slot is gemaakt met een bepaalde vorm-specificatie. Een slot is gemaakt zo dat alleen een specifieke ‘sleutel’, die bij de  specificatie hoort, het kan openen.  Op dezelfde manier werkt het Oude Testament als een slot. We zagen dat de specificaties niet alleen in de twee Psalmen staan, die we hier bekeken hebben, maar we hebben andere gezien in de post over Abrahams offer, Het begin van Adam, en het Pascha van Mozes (herlees ev. als je er niet zo bekent mee bent).  Psalm 132 voegt de specificatie toe dat ‘de Christus’ van de lijn van David zal zijn.  Dus het slot heeft specificaties die zoals we zien meer en meer precies worden in de profetische tekstgedeelten over het Oude Testament. We kijken naar meer van deze ‘slot’ specificities. Maar ik wil ook een andere vraag stellen.  Is Jezus de passende ‘sleutel’ die de profetieën opent? Mijn hoop is dat je door dit studieproces beter in staat bent om zelf het Evangelie te overwegen.

Machtige Eenvoud: Wat is de betekenis van het offer van Jezus?

Jezus kwam om zichzelf als slachtoffer te geven voor alle mensen. Deze boodschap was aangekondigd bij het begin van de menselijke geschiedenis, met een goddelijke onderneming in het offer van Abraham en in het Pascha, met meer details voorspeld in verschillende profetieën in het OudeTestament. Waarom was zijn dood zo belangrijk dat het een dergelijke nadruk machtigde? Dat is een vraag die het overwegen waard is. The Bijbel verklaart iets dat verwant is aan de wet als het stelt:

Want het loon van de zonde is de dood… (Romeinen 6:23)

“Dood” betekent letterlijk ‘afscheiding’. Als onze ziel zich afscheidt van het lichaam gaan we lichamelijk dood. Op een soortgelijke manier zijn wij afgescheiden op een geestelijke of spirituele manier van God.  Dit is waar, want God is Heilig (zondeloos) terwijl wij beschadigd zijn geraakt in onze oorspronkelijke schepping en dus zondigen wij.

Wij zijn gescheiden van God door onze zonden zoals een kloof tussen twee bergen.

Wij zijn gescheiden van God door onze zonden zoals een kloof tussen twee bergen.

We kunnen dit illustreren: We zijn op de top van een berg en God is op een andere top, en tussen ons is een bodemloze kloof. Een tak die van de boom is verbroken, is dood. Op die manier hebben wij onszelf verbroken van God en zijn spiritueel dood.

Deze scheiding veroorzaakt schuldgevoelens en vrees.  Van nature proberen wij bruggen te bouwen van de ene kant (van zonde) naar God’s kant.. We doen dit op allerlei manieren: naar de Kerk, de Tempel of Moskee gaan, door religieus te zijn, goed en behulpzaam te zijn, door te mediteren, meer te bidden enz. De  lijst van verdiensten kan erg lang zijn voor sommigen, en op die manier te leven is erg moeilijk.  Dit wordt geillustreerd als volgt:

Goede daden– die helpvol zijn – kunnen de scheiding van God niet overbruggen.

Goede daden– die behulpzaam zijn – kunnen de scheiding van God niet overbruggen.

Het problem is dat onze moeiten, onze verdiensten, dat wat we opofferen, en onze ascetische praktijken uit zichzelf niet slecht zijn, maar ook niet voldoende zijn, omdat de benodigde prijs (de “kosten”) voor onze zonden is de dood is.  Ons streven is te proberen de afscheiding die ons van God scheidt te niet te doen – maar uiteindelijk kan het de kloof niet overbruggen.  De reden is dat onze religieuze en morele inspanning het oorspronkeljike probleem niet kan oplossen. Het is hetzelfde om te proberen kanker (waarvan het resultaat de dood is) te genezen door vegetarisch te eten. Vegetarisch eten is niet verkeerd – maar gaat geen kanker genezen. Daarvoor heb je een heel andere, meer ingrijpende, behandeling nodig.

Tot nu toe is deze wet alleen maar slecht nieuws– het is zo slecht dat we het vaak niet willen horen en vaak vullen wij ons leven met aktiviteiten en dingen hopende dat deze wet weg zal gaan. Zoals genezing van kanker pas belangrijk voor ons wordt als de diagnose dat we werkelijk kanker hebben tot ons doordringt, op die manier benadrukt de Bijbel deze Wet van zonde en dood om ons te laten inzien dat een kuur eenvoudig is en uiteindelijk krachtig.

Want het loon van de zonde is dood,’ maar’(Romeinen 6:23)

Het woord “maar” laat zien dat de richting van de boodschap omgedraaid wordt naar Het Goede Nieuws van het Evangelie – de kuur.

Want het loon van de zonde is dood, maar de gave van God is het eeuwige leven in Christus Onze Heer. (Romeinen 6:23)

Het goede nieuws van het Evangelie is dat de dood van Jezus voldoende is om de scheiding tussen God en ons te overbruggen. Wij weten dit omdat drie dagen na zijn dood, Jezus lichamelijk opstond, weer levend werd door een physieke verrijzenis. Ondanks dat, zijn er mensen die niet in de opstanding van Jezus willen geloven: veel mensen zijn niet geinformeerd over het sterke bewijsmateriaal van de opstanding. Het offer van Jezus was profetisch voorspeld in het offer van Abraham en de wijding van het Pascha Offer.

Jezus was een mens die een zondeloos leven leidde. Daarom kan hij de menselijke en de goddeijke kant ‘aanraken’ en de kloof die God en mens scheiden overbruggen. Hij is de brug naar het Leven, zoal hieronder te zien is.

Jezus is de brug die over de afscheiding ligt tussen God en mens.

Jezus is de brug die over de afscheiding ligt tussen God en mens.

Zie hoe dit offer van Jezus aan ons gegeven is. Hij is geofferd als een gave… een geschenk Denk eens na over geschenken, cadeaus. Wat het ook is, als het een echt geschenk is dan is het iets waar je zelf niet voor werkt en wat je niet verdient. As je het verdiend had dan is het geen echt geschenk meer! Je kunt dus ook niet het offer van Jezus verdienen of waardig zijn. Je krijgt het gewoon als een kado. Zo eenvoudig is het!

Maar wat is dit geschenk? Het is het ‘eeuwige leven. Dat betekent dat de straf voor de zonde die ons (jou en mij) de dood bracht, nu is betaald en vergeven. Het offer van Jezus is een brug waar je overheen gaat om God te benaderen en dus het leven krijgt dat duurt eeuwig. Dit is het geschenk van Jezus, die door uit de dood op te staan, zichzelf laat zien als Heer. Dat is Machtig.

Welnu, hoe gaan wij dan over die Brug van het Leven, die aan ons gegeven wordt? Denk weer eens aan geschenken (cadeaus). Als iemand komt en jou een cadeau geeft dan is dat iets waar je niet voor gewerkt hebt. Maar om het voordeel van een geschenk te hebben dan moet je het eerst ontvangen. Atijd als er een kado aangeboden wordt zijn er twee mogelijkheden. Of het kado wordt niet aangenomen (“Nee dank je”). Of het wordt wel aangenomen (“Dank je voor het kado”) .  Dus ook dit geschenk moet ontvangen worden – zo eenvoudig is het. Het kan niet zijn dat je er enkel maar mentaal mee instemt, het bestudeert of het begrijpt.  Dat is de illustratie in het volgende plaatje waar wij op de brug lopen om de gave van God te ontvangen.

Het offer van Jezus is een gave die ieder van ons moet ontvangen.

Het offer van Jezus is een geschenk die ieder van ons moet aannemen.

Hoe ontvangen wij dit geschenk dan? De Bijbel zegt dat Iedereen die de Naam van de Heer aanroept zal gered worden. (Romeinen 10:12)

Begrijp dat deze belofte voor ‘iedereen’ is. Omdat hij uit de dood opgestaan is, leeft Jezus nu zelf en is ‘Heer’. Als je Hem roept dan zal Hij je horen en zal Hij jou zijn kado schenken. Je moet Hem aanroepen en het vragen – door een gesprek met Hem te hebben. Misschien heb je dit nog nooit gedaan. Hier is een gids die je kan helpen om dit gesprek en gebed met Hem te hebben. Het is niet iets magisch. Het zijn geen specifieke woorden die kracht geven. Het is het vertrouwen, zoals Abraham dat had, en wij dat hebben in Zijn vermogen en willendheid om ons dit geschenk aan te bieden. Als wij Hem vertrouwen zal Hij ons horen en ons antwoorden. Het Evangelie is krachtig en ook tegelijkertijd zo eenvoudig. Voel je vrij om deze gids te volgen als je hardop of stil in je geest tot Jezus spreekt om deze gave te ontvangen,

 Heer Jezus ik begrijp dat met de zonden in mijn leven, ik afgescheiden ben van God. Hoe ik dan ook probeer, er is geen inzet of offer van mijn kant dat deze afscheiding kan overbruggen. Maar ik begrijp dat Uw dood een offer was om alle zonden weg te wassen- zelfs mijn zonden.  Ik geloof dat U na Uw offer opgestaan bent uit de dood zodat ik echt kan weten dat dit offer voldoende is. Ik vraag U om mijn zonden weg te wassen en de brug te zijn die mij naar God brengt, zodat ik het Eeuwige Leven kan hebben.  Ik wil mijn  leven niet in verslaafdheid aan zonde leven, alstublieft maak mij vrij van zonde. Dank U Heer Jezus dat U dit allemaal voor mij doet en help mij in mijn leven zodat ik U kan volgen als Mijn Heer.

Amen

Is de Bijbel wat tekst betreft betrouwbaar? Of is het vervormd?

Een inleiding tot Tekstuele Kritiek en de Bijbel

In de wetenchappelijke en geleerde tijd waarin wij nu leven, betwijfelen wij vaak de on-wetenschappelijke geloven, die de oudere generaties accepteerden. Dit skepticisme betreft religieuze geschriften en dan vooral de Bijbel. Velen van ons vragen zich af hoe betrouwbaar de Bijbel is. Dat komt voort uit wat we van de Bijbel weten. Het is meer dan twee duizend jaar geleden geschreven! Gedurende het grootste deel van deze tijd waren er geen drukpersen, kopieermachines, of uitgeverijen.

Daarom werden de originele manuscripten, generatie na generatie, met de hand gecopieerd, terwijl er talen uitstierven en nieuwe kwamen, naties veranderden, en nieuwe machten verrezen. Omdat de originele manuscripten allang verloren zijn, hoe kunnen wij weten dat de Bijbel die we nu lezen, dezelfde is die de oorspronkelijke auteurs zo lang geleden echt hebben geschreven?   Er is een kinderspelletje “telefoon”, waar kinderen in een kring zitten, en een van hen fluistert een boodschap in het oor van de volgende persoon, en zo voort, totdat het bericht bij de laatste person terecht komt. Deze zegt de boodschap hardop en dan horen de kinderen dat de boodschap veel veranderd is. Kan dit spelletje vergeleken worden met het doorgeven van de Bijbel gedurende al die tijd? Zodat wat we nu lezen aanzienlijk verschilt met wat er oorspronkelijk geschreven stond?

Principes van Tekstuele Kritiek


Natuurlijk is deze vraag waar voor alle oude geschriften. Hiernaast is een voorstelling van het proces zoals dit soort geschriften door de tijd bewaard worden. Het laat een voorbeeld zien van een oud document dat is geschreven in 500 BC (de datum is alleen ter illustratie). Het oorspronkelijke document blijft nooit voor altijd bestaan, daarom wordt er voordat het vervalt, wegraakt, of vernietigd wordt, een kopie (MSS) van het manuscript gemaakt. (1st copie). Een professionele groep mensen, schriftgeleerden, deden het kopieerwerk. In de volgende jaren werden er kopieën gemaakt van kopieën (2nd copie & 3rd copie). Uiteindelijk werd er een kopie bewaard wat nu nog bestaat (3rd copie). In ons voorbeeld werd de bestaande kopie gemaakt in 500AD. Dit betekent dat het vroegste dat we van het document af kunnen weten, is vanaf 500AD. Tengevolge is de periode van 500BC tot 500 AD (x in het diagram) de periode waar we geen verificatiekopieën kunnen maken, omdat alle manuscripten van deze periode verloren zijn gegaan.

Bij voorbeeld, als er kopieërfouten zijn gemaakt (opzettelijk of niet) toen de tweede kopie (2nd copie) werd gemaakt van de eerste (1st copie), dan kunnen wij dit niet ontdekken omdat beide documenten er niet meer zijn om met elkaar te vegelijken. Deze tijdperiode die vooraf gaat aan de kopieën die we nu hebben (de periode x) is daarom het interval van tekstuele onzekerheid. Zodoende moeten we naar de lengte van de periode kijken, om antwoord te krijgen op de vraag of de tekst betrouwbaar is. Hoe korter het interval (‘x’ genaamd in het diagram), des te meer vertrouwen we kunnen hebben in het behoud van de juiste tekst in onze tijd.

Natuurlijk bestaat er meestal meer dan een kopie van een document. Stel dat we twee kopieën hebben, waarin we in dezelfde sectie we de volgende vertaalde zin vinden:

Slide2

De originele auteur schreef over Joan OF over John, dus bevat een ervan een kopieerfout. De vraag is – welke heeft de fout? Uit dit beschikbare bewijsmateriaal is het moeilijk te bepalen.

Wat als we nog twee kopieën van dit werk vinden zoals in het voorbeeld hier onder:

Slide3Dit maakt het eenvoudiger om te zien waar de fout is. Het is nl. aannemelijk dat de fout een keer gemaakt is en niet drie keer, en dus volgt dat MSS #2 de kopieerfout heeft, en de auteur schreef over Joan en niet John.

Dit tweede voorbeeld laat ons het tweede principe zien dat we kunnen gebruiken om te kijken of een manuscript ongeschonden door de tijd gekomen is.  Hoe meer manuscripten er beschikbaar zijn, des te gemakkelijker het is om fouten te herkennen, te korrigeren, en zich van de ware inhoud van het oorspronkelijke geschrift te verzekeren.

Tekstuele Kritiek op Klassieke Grieks-Romeinse geschriften vergeleken met het Nieuwe Testament

We hebben dus twee indicators om te zien of de vroegere geschriften tekstueel betrouwbaar zijn: 1) de gemeten tijd tussen het originele geschrift en de oudste kopieën en 2) het aantal kopieën  van manuscripten tellen die er zijn. Omdat deze indicaties voor alle oude geschriften gelden, kunnen wij beginnen om ze zowel op de Bijbel als op andere oude geschriften toe te passen zoals in de tafels hieronder:

Auteur * wanneer Geschreven vroegste KopIE PERIODE #
Caesar 50 BC 900 AD 950 10
Plato 350 BC 900 AD 1250 7
AristotEleS 300 BC 1100 AD 1400 5
Thucydides 400 BC 900 AD 1300 8
Herodotus 400 BC 900 AD 1300 8
Sophocles 400 BC 1000 AD 1400 100
Tacitus 100 AD 1100 AD 1000 20
PlinIUS 100 AD 850 AD 750 7

* van welk werk dan ook

Deze schrijvers vertegenwoodigen de meeste klassieke schrijvers van het verleden – deze werken hebben de ontwikkeling van de Westerse beschaving beinvloed. Gemiddeld zijn deze geschriften aan ons overgedragen in 10-100 manuscripten die bewaard zijn gebleven vanaf 100 jaar nadat het origineel was geschreven. Vanuit een wetenschappelijk oogpunt zijn de voorbeelden die wij hier gebruiken – data van klassieke schrijvers – acceptabel en worden door de academische wereld waaronder universiteiten over de hele wereld gebruikt.

De volgende tabel vergelijkt de Bijbelse geschriften (vooral het Nieuwe Testament) op dezelfde manier.

(2). Dit kan gezien worden als onze experimentele data, die met onze controle gegevens vergeleken wordt, zoals in elk ander wetenschappelijk onderzoek.

Auteur wanneer Geschreven vroegste KOPIE PERIoDE #
Caesar 50 BC 900 AD 950 10
Plato 350 BC 900 AD 1250 7
AristotEleS 300 BC 1100 AD 1400 5
Thucydides 400 BC 900 AD 1300 8
Herodotus 400 BC 900 AD 1300 8
Sophocles 400 BC 1000 AD 1400 100
Tacitus 100 AD 1100 AD 1000 20
PlinIUS 100 AD 850 AD 750 7

Er zijn vreselijk veel manuscripten van het Niewe Testament en het is onmogelijk om ze allemaal in een tabel te zetten.

Sinds we meer dan 24000 MSS kopieën van gedeeltes van het Nieuwe Testament hebben op dit moment… Er is geen ander oud dokument dat daaraan kan tippen in aantallen en certificering… Ter vergelijking, de ILIAD geschreven door Homer, komt op afstand op de tweede plaats, met 643 MSSen die overgebleven zijn.

Een leidende geleerde van het British Museum bevestigt dit:

“Geleerden zijn er tevreden over dat zij de ware tekst hebben van voornaamste Griekse en Romeinse schrijvers…… doch, wat wij kennen van hun geschriften hangt af van een handje vol MSSen (kopieeën), en van MSSen van het Nieuwe Testament zijn er… duizenden. (4)

De tekstuele kritiek van het Nieuwe Testament en Constantijn.

Een groot aantal van deze manuscripten zijn vreselijk oud. Ik heb een boek in mijn bezit over de oudste Nieuwe Testamentische documenten. De introduktie begint als volgt:

“Dit boek geeft u 69 van de oudste Nieuwe Testamentische manuscripten…Het is gedateerd vanaf de 2de tot het begin van de 4de eeuw na Chr (100-300AD)…en het bevat ongeveer twee derde van de Nieuwe Testamentische tekst (5)

Dit is belangrijk, want deze manuscripten stammen van voor de tijd van Romeinse Keizer Constantijn (ca 325 AD) en de machtsontplooiing van de toenmalige Katholieke Kerk. Beiden worden vaak beschuldigd dat zij de tekst van de Bijbel hebben veranderd. We kunnen dit als het ware testen door de veranderingen in de tekst te vergelijken met de teksten van voor Constantijn (want die hebben we) met die teksten die erna komen. Maar we zien dat ze hetzelfde zijn. De boodschap van de tekst van 200AD is dezelfde als die van 1200AD. Zowel de Katholieke Kerk als Constantijn hebben de Bijbel niet veranderd. Dit is geen religieuze bepaling, het is gebaseerd op wetenschappelijke data. Het plaatje hieronder laat u de tijdlijn zien van de manuscripten waarop de Bijbel is gebaseerd.

Slide4

Implicaties van de tekstuele kritiek van de Bijbel.

Wat kunnen we hieruit concluderen? We zijn er zeker van dat we het Nieuwe Testament objectief kunnen meten (het aantal bestaande MSSen, en de tijdperken tussen de oorspronkelijke en het vroegst bestaande MSS). En dat de authenticatie beter is dan die van ander klassieke werken. Het bewijsmateriaal stuurt ons meer naar het volgende citaat:

“De mate van twijfel over de resulterende tekst van het Nieuwe Testament duwt alle klassieke geschriften in het duister. Want er zijn geen documenten uit de oudheid die schriftelijk zo goed gecertificeerd zijn als het Nieuwe Testament.” (6):

Wat er in feite gezegd wordt is, dat als we de betrouwbaarheid van de Bijbel betwijfelen, dat we net zo goed alles wat we van klassieke historie weten weg kunnen gooien En dit is iets wat geen enkele geschiedkundige ooit gedaan heeft. We weten dat de Bijbelse tekst niet veranderd is, terwijl tijdperken, talen en rijken voorbij gegaan zijn en dat de vroegste en juiste MSSen hieraan vooraf gegaan zijn. Wij weten bevoorbeeld dat enthousiaste monniken de wonderen van Jezus niet aan de Bijbel hebben toegevoegd. Want we hebben manuscripten die ouder zijn dan de middeleeuwse monniken. Deze manuscripten bevatten ook de wonderen die Jezus verrichtte.

En de Vertaling van de Bijbel dan?

Hoe zit het met fouten die er gemaakt zijn bij het vertalen van de Bijbel, en het feit dat er zoveel verschillende versies van de Bijbel zijn? Bewijst dit niet dat het onmogelijk is om precies te kunnen weten wat de originele autheurs echt geschreven hebben?

Allereerst moeten we wijzen op een algemeen misverstand. Er zijn veel mensen die denken dat de Bijbel door allerlei vertalingen gegaan is, waarin elke taal vertaald wordt uit een andere voorafgaande taal. Een serie die er zo uit ziet: Grieks -> Latijns -> Middeleeuws Engels -> Shakespeare Engels -> modern Engels -> andere moderne talen. Echter,  Bijbels worden tegenwoordig allemaal vertaald vanuit de oorspronkelijke taal. Voor Het Nieuwe Testament is de vertaling als volgt: Grieks -> moderne taal, en voor het Oude Testament is de vertaing; Hebreeuws-> moderne taal. De basis van Grieks en Hebreeuws is standaard tekst.  Dus door keuzes van taalkundigen (hoe ze de zinnen in moderne talen vertalen) zijn er verschillen in Bijbelversies gekomen.

Omdat er zoveel literatuur in het Grieks geschreven is (de oorspronkelijke taal van Het Nieuwe Testament), is het mogelijk om de oorspronkelijke gedachten en en woorden van die schrijvers te vertalen. De verschillende moderne versies laten dit duidelijk zien. Bij voorbeeld, lees het bekende vers van Johannes 3:16 in gemeenschappelijke vertalingen. In de meest voorkomende versies zie je een klein verschil in de woorden, maar ze zijn consequent wat idee en betekenis betreft: Dit komt niet uit de vertaling:

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Nederlands Bijbelgenootschap (NBG)

Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.  Groot Nieuws Bijbel (GNB)

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, *opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Herziene Statenvertaling (HSV)

Want Gods liefde voor de mensen was zo groot, dat hij zijn enige Zoon gegeven heeft. Iedereen die in hem gelooft, zal niet sterven, maar voor altijd leven. Bijbel in gewone taal (BGT)

Want God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.  Het Boek Bijbel (HTB)

Je kunt zien dat de vertalingen bijna hetzelfde zijn – ze zeggen hetzelfde alleen met een klein verschil wat woorden betreft.

Ter samenvatting, tijd noch vertaling hebben de ideen en gedachten van de oorspronkelijke manuscripten bedorven. De Bijbeltekst van nu is de zuivere tekst die de auteurs vroeger hebben geschreven.

Conclusie: De Bijbel is het overwegen waard

Het is belangrijk zich bewust te zijn van wat deze studie wel en niet laat zien. Dit bewijst niet per sé dat de Bijbel noodzakelijkerwijs het Woord van God is, noch dat het waar is. We kunnen beargumenteren (tenminste de bewijzen die hier geboden zijn) dat ondanks dat de originele ideen van de Bijbelse Schrijvers zuiver zijn overgekomen, dat dit niet bewijst, noch aanduidt dat deze originele ideeën ooit juist zijn geweest (of dat ze zelfs van God zijn). Dat klopt inderdaad, Maar door de tekstuele betrouwbaarheid van de Bijbel te begrijpen, heeft men een beginpunt vanwaar men serieus de Bijbel kan onderzoeken. Men kan zien of sommigen van de andere vragen beantwoord kunnen worden en men kan ontwaren wat de boodschap is.  De Bijbel zegt zelf dat het een boodschap van God is. Is er een kans is dat dit waar is? Neem de tijd om sommigen van de voornaamste gebeurtenissen in de Bijbel, die ik op deze website uitleg, te leren kennen.

Citaten uit:

1. McDowell, J. Evidence That Demands a Verdict. 1979. p. 42-48 2. Comfort, P.W. The Origin of the Bible, 1992. p. 193 3.  McDowell, J. Evidence That Demands a Verdict. 1979. p. 40

4. Kenyon, F.G. (former director of British Museum) Our Bible and the Ancient Manuscripts. 1941 p.23 5. Comfort, P.W. “The Text of the Earliest New Testament Greek Manuscripts”. p. 17. 2001

De verrijzenis van Jezus: feit of fictief?

Als kind leerde ik veel grandiose verhalen over onze religieuze feestdagen. Ik leerde dat een man uit Spanje met een wit paard over de daken kon rijden. Zijn zwarte Pieten klommen naar beneden door de schoorsteen om cadeautjes te geven aan goede meisjes en jongens met Kerstmis. Ik leerde over de Paashaas die met Pasen eieren en chocolade eieren bracht aan dezelfde goede meisjes en jongens.  Toen ik ouder werd realizeerde ik me dat deze verhalen leuk waren, maar niet echt waar – Ik kan er glimlachend op terug kijken – maar ik werd er te oud voor.

Ik leerde ook andere ‘verhalen’ over religieuze feestdagen. Deze verhalen gingen over herders en engelen, wijze mannen die een ster volgden, een baby die in een kribje geboren is – verhalen die de basis voor het Kerstfeest vormen. Het meest dramatische was waarschijnlijk het verhaal hoe Jezus op een kruis stierf, maar drie dagen daarna weer tot leven kwam – verhalen die de basis voor Pasen vormen.

De tweede reeks lijkt fantastischer dan de eerste. De vraag die ik had toen ik ouder werd en me realiseerde dat de eerdere verhalen niet “echt”waar waren: – Hoe weet ik dat de anderen echt waar zijn? Alle verhalen waren tenslotte verwoven met religieuze Feesten, ze inspireren beiden verwondering – en zijn even ongelovelijk! Meest ongelovelijk lijkt het verhaal van Pasen dat beweert dat drie dagen na zijn dood Jezus een lichamelijke oprijzing onderging en dus tot leven kwam. Dit is waarschijnlijk het meest ongelovelijke verhaal van alle religien, klaar voor een sensatie krant met hoofdregel: Gestorven man staat op van de dood. Zou het waar kunnen zijn? Was er redelijk bewijsmateriaal om het te bevestigen?

Dit zijn misschien erg moeilijke vragen om te beantwoorden. Maar het is zeker de moeite waard om er over na te denken omdat het ons eigen leven aangaat. Ten slotte de heldersten, sterksten, machtigsten, van ons gaan op het einde dood en hetzelfde gaat voor ons. Als iemand de dood heeft overkomen, dan heeft dat gevolgen die onze attentie vraagt. Laat me je even kort vertellen wat ik geleerd heb door deze vraag te bestuderen en erover na te denken.

Historische Achtergrond, tot en met Jezus – buitenom de Bijbel.

Waarschijnlijk de beste manier om de vraag te beantwoorden is door alle mogelijkheden heen te werken en te bekijken welke van de alternatieven het meest zinvol is – zonder door “geloof” of bovennatuurlijke uitleg. Het feit dat Jezus leefde en dat hij een publieke dood onderging, waardoor het pad van de historie veranderde is zeker. Men hoeft niet specifiek naar de Bijbel te gaan om dat vast te leggen. Er zijn verschillende verwijzingen naar Jezus en de invloed die hij heeft op de wereld nu, in de wereldse historie. Laten we naar twee bronnen kijken. De roomse gouverneur-historicus Tacitus maakte een facinerende verwijzing naar Jezus toen hij beschreef hoe Nero de Christenen van de eerste eeuw martelde (in AD 65) als zondebokken voor de branden in Rome. Het volgende is wat hij zei, geschreven in 112 AD. :

‘Nero strafte de personen die Christenen genoemd werden met de meest exquisiete mishandelingen. Zij werden gehaat voor hun mateloosheid. Christus, waar de naam vandaan komt, was tot dood veroordeeld door Pontius Pilatus, die procurateur was van Judea tijdens de regering van Tiberius; maar het verderfelijke bijgeloof, voor een tijdje onderdrukt, brak weer uit, niet alleen in Judea, waar de baldadigheid begon, maar door de stad van Rome en het hele rijk heen. Tacitus: Annalen XV. 44

Wat is zo interessant is dat met deze constatering Tacitus bevestigt dat Jezus: 1) een historische persoon was; 2) dat hij ter dood werd gebracht door Pontius Pilatus; 3) rond 65 AD (de tijd van Nero) dat het Christelijke geloof was verspreid van Judea tot Rome over de Middellandse zee met zulke intensiteit, dat de Keizer van Rome zich gedwongen voelde om er iets aan te doen. Cornelius Tacitus zegt deze dingen als een vijandige getuige, omdat hij de beweging die Jezus begonnen had, als een “kwaadaardig bijgeloof” typeerde.

Josephus was een Joodse militaire leider/historicus die voor de Romeinen schreef. In wat hij schreef, zette hij de Joodse historie op een rijtje, van het begin tot in zijn tijd. Door wat hij deed, beschreef hij de tijd van Jezus, met deze woorden:

‘Toen leefde een wijze man…Jezus…goed en …deugdzaam. En er waren veel mensen, Joden en mensen van andere landen, die zijn leerlingen werden. Pilatus veroordeelde hem om gekruizigd te worden. En degenen die zijn leerlingen waren geworden bleven bij dat leerlingschap. Zij brachten verslag uit dat hij, Jezus, zich na drie dagen aan hen liet zien en dat hij weer leefde. Josephus. 90 AD. Antiquities xviii. 33

Van wat we in het verleden zien was de dood van Christus algemeen bekent. De verrijzenis werd door de apostelen aan de Romijnen opgedrongen.

Historische Achtergrond – van de Bijbel.

Lucas, een geneesheer en een historicus, geeft ons meer inzicht over hoe dit geloof groeide in de oude wereld. Hier is een uitreksel van de Handelingen van de Apostelen:

‘ De priesters en de gezagvoerders… kwamen naar Petrus en Johannes toe… Zij waren erg verontrust want de apostelen onderwezen de mensen en verkondigden de verrijzenis van Jesus…Ze pakten Petrus en Johannes… duwde hen de gevangenis in…Toen zij de moed van Petrus en Johannes zagen en zich realizeerden dat zij ongeschoolden gewone mannen waren, waren ze verbaasd… “Wat gaan we met deze mannen doen?” Vroegen zij.’ Handelingen der Apostelen: 4:1-16 (63 AD)

‘Daarna arresteerden de hoge priester en zijn medewerkers… de apostelen en stuurden hen in de publieke gevangenis… zij waren woedend en wilden hen doden… Zij riepen de apostelen en ze werden gegeseld. Toen werd hen bevolen om niet in de naam van Jesus te spreken, en ze lieten hen gaan.’ Acts 5:17-40

Men kan zien aan dit verhaal dat de burgerleiders aardig wat maatrelelingen namen om dit “kwaadaardige bijgeloof” (zoals Tactitus het noemde) te stoppen. We moeten er even aan denken dat deze gebeurtenissen plaats vonden in Jerusalem – dezelfde stad waar maar een paar weken tevoren Jezus publiek gedood en begraven was.

Kan het zijn dat het lichaam van Jezus in het graf is gebleven?

Na alle historische data bekeken te hebben kunnen we door de mogelijke beweringen van de verrijzenis van Christus heen werken. Om te beginnen zijn er maar twee mogelijkheden die het dode lichaam van Christus aangaan. Of het graf was leeg op die Paasmorgen of het lichaam was er nog. Dit zijn de enigste alternatieven – er zijn geen andere mogelijkheden.

Laten we aannemen dat het lichaam zich nog in het graf bevond. Als we terugkijken op de gebeurtenissen die historisch vastgeled zijn, worden we al gauw met moeilijkheden geconfronteerd. Waarom zouden de Romijnse en Joodse leiders in Jerusalem zulke extreme maatregelingen nemen om de overdrijvingen van een zogenaamde verrijzing te stoppen, als het lichaam nog in het graf was, vlak bij waar de leerlingen (apostelen) de verrijzenis van Jezus afkondigden? Als ik een van die leiders was, dan zou ik gewacht hebben todat de leerlingen het hoogtepunt van hun toespraak berijkt hadden met betrekking tot de verrrijzenis, en dan publiek het lichaam van Christus paraderen. Daarmee zou ik de jonge beweging de kop indrukken zonder hen in de gevangenis te zetten, te martelen en te doden! En neem in aanmerking – toendertijd werden In Jerusalem duizenden bekeerd tot het geloof van de lichamelijke verrijzenis van Jezus. Als ik in een van die menigten was geweest,- luisterend naar Petrus, nadenkend en mij vebazen of ik deze ongelooflijke boodschap zou kunnen geloven – (ten slotte, dit geloof kwam met een prijs van achtervolging) dan zou ik minstens gedurende mijn lunchpauze naar het graf gegaan zijn om voor mijzelf te zien of het lichaam van Christus er nog was. En als het lichaam van Christus nog in het graf was, dan zou niemend zich ooit aangesloten hebben in zo’n vijandig millieu, terwijl er zo’n belastend tegenbewijs was. Nu, Christus’s lichaam in het graf blijvende zou als absurd gezien worden. Dit alternatief can niet als serieus gezien worden.

Hadden de apostelen het lijk gestolen?

Natuurlijk bewijst dit niet de verrijzenis – er is andere goede uitleg voor een leeg graf. Maar, iedere uitleg voor de afwezigheid van het lichaam moet ook deze details uitleggen: De Romijnse zegel over het tombe, de Romijnse bewaking van het graf, de grote (1-2 tom) steen die de ingang afsloot, de 40kg balsem media aan het lichaam, enzovoort; er is een grote lijst. Ruimte laat niet toe dat we alle factoren en scenario’s kunnen bekijken, maar de meest beschouwde uitleg is altijd geweest dat de leerlingen zelf het lichaam gestolen hadden van de tombe, en daarna het lichaam verschuilden en daardoor anderen te misleiden.

Laten we het volgende scenario veronderstellen, een argument vermeidend, over de moeilijkheden om uit te leggen hoe een groep ontmoedigde leerlingen die ontkomen aan hun arrestatie na de arrestatie van Jezus. Hoe zij weer bij elkaar kwamen en het plan vormden om het lichaam te stelen en zo de Romijnse garde te slim af te zijn. Ze verbroken de zegel, verplaatsten de grote steen en namen het embalmde lichaam mee – alles zonder maar een spoor achter te laten. Laat ons aannemen dat zij hier success in hadden en dan op de wereld stage een nieuw religieus geloof begonnen gebaseerd op een leugen. Velen van ons nemen aan dat wat de eerste apostelen motiveerde was om liefde en broederschap af te kondigen – en de dood van Christus (spiritueel en metaphorisch) was de katalysator voor deze boodschap. Maar als je terugkijkt naar wat Lucas zowel als Josephus bespreken, dan zie je dat het argumentative punt was “de apostelen onderwezen de mensen en proclameerden Jezus’ verrijzenis van de dood. Dit thema is alles beheersend in hun schrijvingen. Voor Paul, een andere apostel, was de verrijzing allergroots:

In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf aan overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden…begraven en opgestaan op de derde dag… dat hij verschenen is aan Petrus en dan aan de twaalf… En als Christus niet verrezen is, is ons prediken zonder inhoud en uw geloof zonder grond…Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij de meest beklagenswaardigen van alle mensen…. Als ik met wilde beesten vocht in Efeze alleen voor menselijke redenen, wat baat heb ik daaraan als de doden niet verrijzen? Laat ons dan maar eten en drinken, want morgen gaan we dood…. I Korintiers 15: 3-32 (57 AD)

Het is duidelijk dat voor de leerlingen het voornaamste in hun geloofsbelijding en getuigenis was: de verrijzenis van Jezus. Laten we aannemen dat dit echt bedriegelijk was – dat de leerlingen inderdaad het lichaam gestolen hadden zodat het contra-bewijs van hun nieuwe leer hen niet kon stoppen. Misschien konden zij de wereld voor de gek houden, maar zij zelf zouden dan geweten hebben dat wat zij preekten, schreven en wat een grootse opschudding veroorzaakte, was een leugen. Niettemin gaven zij hun leven(letterlijk) voor deze missie. Waarom zouden zij dat doen – als ze wisten dat de basis een leugen was? Mensen geven hun leven aan bewegingen (waardevol of niet) omdat zij geloven in de beweging waarvoor zij strijden omdat ze er op hopen er iets uit te halen. Kijk naar de zelfmoord bommers in het Midden Oosten. Dat is zeker het grootste moderne voorbeeld van devotie aan een beweging – waarvan het hoogtepunt hun eigen dood en de dood van anderen is. Nou we kunnen het niet eens zijn met hun beweging – maar zij geloven daadwerkelijk hierin en dat ze na de dood naar het paradijs zullen gaan als beloning. Zij gaan door het uiterste omdat ze zo sterk geloven dat dat hun beloning wordt. Zoals dit geloof waarschijnlijk niet waar is – maar zij zelf geloven het – anders zouden zij niet zoiets drastisch doen. Het verschil tussen de zelfmoord bommers en de eeerste leerlingen is dat de zelfmoord bommers niet kunnen verifieren of hun geloof waar is, de leerlingen van Jezus konden dit wel. Als zij het lichaam gestolen hadden en verstopt, dan wisten zij toch zeker dat de verrijzenis niet waar was. Bekijk naar aanleiding van hun eigen woorden, de prijs die zij betaalden voor het verspreiden van de boodschap – en vraag jezelf af of jij zo’n persoonlijke prijs zou betalen voor iets wat je weet dat vals is:

Wij worden aan alle kanten gestookt…we zien geen uitweg meer maar zijn nooit ten einde raad. Wij worden opgejaagd maar niet in de steek gelaten… Voortdurend wordt ons leven aan de dood uitgeleverd… Ook al gaan wij ook ten onder, naar de uitwendige man…ontberingen…nood en ellende…slagen, gevangenschap, oproer, oververmoeidheid, gebrek aan slaap, te weinig eten… treurend…berooid…Haveloos… Vijfmaal kreeg ik van de Joden de veertig-min-een slagen, drie keer ben ik met stokken geslagen, eenmaal gestenigd. Driemaal heb ik schipbreuk geleden, en een heel etmaal doorgebracht op volle zee… gevaren van rivieren en gevaren van rovers, gevaren van de kant van mijn eigen volk en van de heidenen, in de stad en in de woestijn…met zwoegen en tobben,veel slapeloze nachten, honger en dorst, vaak zonder eten… in koude en in naaktheid. Niemand is zwak of ik ben het ook. II Korintiers 4: 8– 6:10; 11:24-29

Hoe meer ik de resolute heldenmoed overweeg van al hun levens (niet een bezweek er onder en niemand gaf toe, tot het bittere einde), hoe meer ik het ongelooflijk vind, dat zij niet echt in hun boodschap geloofden. En als zij het geloofden – dan zouden ze toch echt niet zelf het lichaam van Christus gestolen en weggeworpen hebben. Een van de grootste criminele advocaten die leerlingen aan Harvard onderwees in hoe je probeert om zwakke punten te vinden in getuigen, zei het volgende over dit onderwerp:

“De annalen van militaire oorlogen kunnen ons geen voorbeeld geven van heldhaftige constandheid, geduld, en stevige moed. Zij hadden ieder mogelijk motief om de gronden van hun geloof voorzichtig te overwegen, en de bewijzen van de grote feiten en waarheden die zij voorschreven.” Greenleaf. 1874. An examination of the Testimony of the Four Evangelists by the Rules of Evidence Administered in the Courts of Justice. p. 29

Hiermee samenhangend is het feit dat de vijanden van de leerlingen, Joden en Romijnen, niets zeiden. Deze vijandige getuigen probeerden nooit serieus het ”ware” verhaal te vertellen, om te laten zien dat de leerlingen het verkeerd hadden. Zoals Dr. Montgomery zegt,

“This underscores the reliability of testimony to Christ’s resurrection which was presented contemporaneously in the synagogues – in the very teeth of opposition, among hostile cross-examiners who would certainly have destroyed the case … had the facts been otherwise” [van Google translate – “Dit onderstreept de betrouwbaarheid van de getuigenis van de oprijzing van Christus, die gelijktijdig werd gepresenteerd in de synagogen – in de tanden van de oppositie, onder vijandig cross-examinatoren die zou in ieder geval zijn vernietigd … hadden de feiten anders geweest”]  Montgomery. 1975. Legal reasoning and Christian Apologetics. p. 88-89

In deze korte studie hebben we nog geen tijd gehad om ieder facet van deze vraag te wegen. Hoe dan ook, de niet-aflatende vrijmoedigheid van de leerlingen en de stilte van de tegenstrijdige getuigen spreken volumes over het feit dat Christus misschien inderdaad verrezen is. Het is een serieus en doordacht onderzoek waard. De verrijzenis is het hoogtepunt van het Evangelie. Om meer over de Verrijzenis na te denken is het goed om het in Bijbels verband te bekijken. Een goede plaats om te beginnen zijn de tekenen van Abraham en Mozes. Ook al leefden zij duizende jaren voor Christus, hun ondervindingen waren een profetische beduiding naar de dood en verrijzenis van Jezus.