Tag Archives: waarom stierf Jezus?

Machtige Eenvoud: Wat is de betekenis van het offer van Jezus?

Jezus kwam om zichzelf als slachtoffer te geven voor alle mensen. Deze boodschap was aangekondigd bij het begin van de menselijke geschiedenis, met een goddelijke onderneming in het offer van Abraham en in het Pascha, met meer details voorspeld in verschillende profetieën in het OudeTestament. Waarom was zijn dood zo belangrijk dat het een dergelijke nadruk machtigde? Dat is een vraag die het overwegen waard is. The Bijbel verklaart iets dat verwant is aan de wet als het stelt:

Want het loon van de zonde is de dood… (Romeinen 6:23)

“Dood” betekent letterlijk ‘afscheiding’. Als onze ziel zich afscheidt van het lichaam gaan we lichamelijk dood. Op een soortgelijke manier zijn wij afgescheiden op een geestelijke of spirituele manier van God.  Dit is waar, want God is Heilig (zondeloos) terwijl wij beschadigd zijn geraakt in onze oorspronkelijke schepping en dus zondigen wij.

Wij zijn gescheiden van God door onze zonden zoals een kloof tussen twee bergen.

Wij zijn gescheiden van God door onze zonden zoals een kloof tussen twee bergen.

We kunnen dit illustreren: We zijn op de top van een berg en God is op een andere top, en tussen ons is een bodemloze kloof. Een tak die van de boom is verbroken, is dood. Op die manier hebben wij onszelf verbroken van God en zijn spiritueel dood.

Deze scheiding veroorzaakt schuldgevoelens en vrees.  Van nature proberen wij bruggen te bouwen van de ene kant (van zonde) naar God’s kant.. We doen dit op allerlei manieren: naar de Kerk, de Tempel of Moskee gaan, door religieus te zijn, goed en behulpzaam te zijn, door te mediteren, meer te bidden enz. De  lijst van verdiensten kan erg lang zijn voor sommigen, en op die manier te leven is erg moeilijk.  Dit wordt geillustreerd als volgt:

Goede daden– die helpvol zijn – kunnen de scheiding van God niet overbruggen.

Goede daden– die behulpzaam zijn – kunnen de scheiding van God niet overbruggen.

Het problem is dat onze moeiten, onze verdiensten, dat wat we opofferen, en onze ascetische praktijken uit zichzelf niet slecht zijn, maar ook niet voldoende zijn, omdat de benodigde prijs (de “kosten”) voor onze zonden is de dood is.  Ons streven is te proberen de afscheiding die ons van God scheidt te niet te doen – maar uiteindelijk kan het de kloof niet overbruggen.  De reden is dat onze religieuze en morele inspanning het oorspronkeljike probleem niet kan oplossen. Het is hetzelfde om te proberen kanker (waarvan het resultaat de dood is) te genezen door vegetarisch te eten. Vegetarisch eten is niet verkeerd – maar gaat geen kanker genezen. Daarvoor heb je een heel andere, meer ingrijpende, behandeling nodig.

Tot nu toe is deze wet alleen maar slecht nieuws– het is zo slecht dat we het vaak niet willen horen en vaak vullen wij ons leven met aktiviteiten en dingen hopende dat deze wet weg zal gaan. Zoals genezing van kanker pas belangrijk voor ons wordt als de diagnose dat we werkelijk kanker hebben tot ons doordringt, op die manier benadrukt de Bijbel deze Wet van zonde en dood om ons te laten inzien dat een kuur eenvoudig is en uiteindelijk krachtig.

Want het loon van de zonde is dood,’ maar’(Romeinen 6:23)

Het woord “maar” laat zien dat de richting van de boodschap omgedraaid wordt naar Het Goede Nieuws van het Evangelie – de kuur.

Want het loon van de zonde is dood, maar de gave van God is het eeuwige leven in Christus Onze Heer. (Romeinen 6:23)

Het goede nieuws van het Evangelie is dat de dood van Jezus voldoende is om de scheiding tussen God en ons te overbruggen. Wij weten dit omdat drie dagen na zijn dood, Jezus lichamelijk opstond, weer levend werd door een physieke verrijzenis. Ondanks dat, zijn er mensen die niet in de opstanding van Jezus willen geloven: veel mensen zijn niet geinformeerd over het sterke bewijsmateriaal van de opstanding. Het offer van Jezus was profetisch voorspeld in het offer van Abraham en de wijding van het Pascha Offer.

Jezus was een mens die een zondeloos leven leidde. Daarom kan hij de menselijke en de goddeijke kant ‘aanraken’ en de kloof die God en mens scheiden overbruggen. Hij is de brug naar het Leven, zoal hieronder te zien is.

Jezus is de brug die over de afscheiding ligt tussen God en mens.

Jezus is de brug die over de afscheiding ligt tussen God en mens.

Zie hoe dit offer van Jezus aan ons gegeven is. Hij is geofferd als een gave… een geschenk Denk eens na over geschenken, cadeaus. Wat het ook is, als het een echt geschenk is dan is het iets waar je zelf niet voor werkt en wat je niet verdient. As je het verdiend had dan is het geen echt geschenk meer! Je kunt dus ook niet het offer van Jezus verdienen of waardig zijn. Je krijgt het gewoon als een kado. Zo eenvoudig is het!

Maar wat is dit geschenk? Het is het ‘eeuwige leven. Dat betekent dat de straf voor de zonde die ons (jou en mij) de dood bracht, nu is betaald en vergeven. Het offer van Jezus is een brug waar je overheen gaat om God te benaderen en dus het leven krijgt dat duurt eeuwig. Dit is het geschenk van Jezus, die door uit de dood op te staan, zichzelf laat zien als Heer. Dat is Machtig.

Welnu, hoe gaan wij dan over die Brug van het Leven, die aan ons gegeven wordt? Denk weer eens aan geschenken (cadeaus). Als iemand komt en jou een cadeau geeft dan is dat iets waar je niet voor gewerkt hebt. Maar om het voordeel van een geschenk te hebben dan moet je het eerst ontvangen. Atijd als er een kado aangeboden wordt zijn er twee mogelijkheden. Of het kado wordt niet aangenomen (“Nee dank je”). Of het wordt wel aangenomen (“Dank je voor het kado”) .  Dus ook dit geschenk moet ontvangen worden – zo eenvoudig is het. Het kan niet zijn dat je er enkel maar mentaal mee instemt, het bestudeert of het begrijpt.  Dat is de illustratie in het volgende plaatje waar wij op de brug lopen om de gave van God te ontvangen.

Het offer van Jezus is een gave die ieder van ons moet ontvangen.

Het offer van Jezus is een geschenk die ieder van ons moet aannemen.

Hoe ontvangen wij dit geschenk dan? De Bijbel zegt dat Iedereen die de Naam van de Heer aanroept zal gered worden. (Romeinen 10:12)

Begrijp dat deze belofte voor ‘iedereen’ is. Omdat hij uit de dood opgestaan is, leeft Jezus nu zelf en is ‘Heer’. Als je Hem roept dan zal Hij je horen en zal Hij jou zijn kado schenken. Je moet Hem aanroepen en het vragen – door een gesprek met Hem te hebben. Misschien heb je dit nog nooit gedaan. Hier is een gids die je kan helpen om dit gesprek en gebed met Hem te hebben. Het is niet iets magisch. Het zijn geen specifieke woorden die kracht geven. Het is het vertrouwen, zoals Abraham dat had, en wij dat hebben in Zijn vermogen en willendheid om ons dit geschenk aan te bieden. Als wij Hem vertrouwen zal Hij ons horen en ons antwoorden. Het Evangelie is krachtig en ook tegelijkertijd zo eenvoudig. Voel je vrij om deze gids te volgen als je hardop of stil in je geest tot Jezus spreekt om deze gave te ontvangen,

 Heer Jezus ik begrijp dat met de zonden in mijn leven, ik afgescheiden ben van God. Hoe ik dan ook probeer, er is geen inzet of offer van mijn kant dat deze afscheiding kan overbruggen. Maar ik begrijp dat Uw dood een offer was om alle zonden weg te wassen- zelfs mijn zonden.  Ik geloof dat U na Uw offer opgestaan bent uit de dood zodat ik echt kan weten dat dit offer voldoende is. Ik vraag U om mijn zonden weg te wassen en de brug te zijn die mij naar God brengt, zodat ik het Eeuwige Leven kan hebben.  Ik wil mijn  leven niet in verslaafdheid aan zonde leven, alstublieft maak mij vrij van zonde. Dank U Heer Jezus dat U dit allemaal voor mij doet en help mij in mijn leven zodat ik U kan volgen als Mijn Heer.

Amen

Het Teken van Abrahams Offer

Abraham is een van de meest fundamentele karakters van het Oude Testament die ons helpt om het Evangelie te begrijpen. Hij leefde 4000 jaar geleden en reisde van wat nu Iraq heet naar wat nu Israel heet. Het verslag in de Bijbel is erg oud maar toch wordt het geregeld ondersteund door archeologische opgravingen als feitelijke geschiedenis. In de 17000 Elba Tabletten die ontdekt zijn in 1975-6 in noordelijk Syrië, 4200 jaar oud,  worden Sodom, Gomorra, Admah, Zeboiim en Zoar, vermeld als “Steden van de Vlakte”, dezelfde namen en beschrijvingen die gebruikt worden in Genesis 13:3 & Genesis 14:2 – de plaatsen waar Abraham zijn tenten opsloeg. Zodoende hebben we echt wel reden om te geloven dat dit verslag historisch is. Dit verslag van Abraham is samengesteld door Mozes rond 1500 vóór Christus, een paar honderd jaar nadat Abraham leefde. In moderne archeologie hechten we veel waarde aan mondelinge overlevering (‘verhalen’).

Zo wil ik kijken naar een bekend gedeelte van het verslag van Abraham, waar God hem vraagt om zijn enige zoon Isaäk te offeren, de beloofde zoon van zijn ouderdom, die volgens Joodse overlevering inmiddels in de dertig was, op wie Abraham jarenlang op gewacht had, en op wie alle hoop voor de toekomst rustte.

Op dit moment in zijn leven wordt Abraham op de proef gesteld zoals nooit tevoren en dit geeft ons een blik door een ‘ruitje` naar het Evangelie. Ik raad u sterk aan om in Genesis het hele verslag van de beproeving, en het voorgenomen offer van zijn zoon Isaäk hier te lezen.

Het offer, kijkende naar de toekomst

We kunnen zien aan het verslag dat dit een proef was voor Abraham, maar het is ook voor ons geschreven. En om dit te `zien` moeten we enige waarnemingen in dit verslag op een rij zetten. Hier volgt een belangrijk gedeelte van het verslag:

Abraham keek op en zag een ram die met zijn horens in het struikgewas verward zat; Abraham greep de ram en offerde het als brandoffer op het altaar in plaats van zijn zoon. Abraham gaf die plaats de naam ’Jahweh draagt zorg’ (de Heer zal voorzien). Daarom wordt ook nu nog gezegd: Op de berg van Yaweh wordt zorg gedragen’. (Op de berg van de Heer wordt het voorzien) (Genesis 22:13-14)

Merk op welke naam Abraham geeft aan de plaats van de beproeving. Hij noemde het “de Heer zal voorzien”. De vraag die wij moeten stellen is: ‘Is die naam in het verleden, in de tegenwoordige tijd, of in de toekomstige tijd?’ Het is duidelijk in de toekomstige tijd. Het kommentaar dat volgt maakt dat zelfs duidelijker (wat Mozes er in gezet heeft toen hij dit verslag in de Torah samenstelde zo ongeveer 500 jaar later) herhaalt: ”…het wordt voorzien”. Dit is weer in de toekomstige tijd en is daarom gericht op de toekomst. Maar de ram is brandoffer in vers 13 en dus de benaming gebeurt pas nadat de ram is geofferd in plaats van Isaäk. Velen die dit verslag lezen, denken dat Abraham, toen hij de plaats een naam gaf, het heeft over de ram die in het struikgewas verward zat en die hij offerde in plaats van zijn zoon Isaäk. Maar toen Abraham de plaats een naam gaf, was de ram al dood, geofferd en verbrand. Als Abraham aan de ram dacht die al dood, geofferd en verbrand was – dan zou hij geschreven hebben: “…de Heer heeft voorzien”, in de verleden tijd dus. En Mozes, toen hij dacht aan de ram die de plaats van Abraham’s zoon Isaäk innam, zou gezegd hebben ’daarom wordt ook nu nog gezegd “Op de berg van de Heer werd voorzien”. Maar zowel Abraham als Mozes geven de naam in de toekomstige tijd en ze denken dus niet aan een reeds dood en geofferd ram.

Waar het brandoffer plaats vond

Waar gaat dit dan om? Als we zoeken naar een aanduiding of teken dan zien we dat de plaats waar God Abraham naartoe stuurde, het begin van dit Teken was:

Toen zei God, “Neem uw zoon, uw enige zoon, Isaäk, die ge lief hebt en ga naar het  land van Moria. Offer hem daar op als brandoffer op een van de bergen, die ik u aanwijs”. vers:2

Dit gebeurde dus in ‘Moria’. Maar waar is dat? Ofschoon het een wildernis was in de tijd van Abraham (2000 voor Christus), heeft Koning David duizend jaar later (1000 vC) de stad Jeruzalem daar gevestigd. Zijn zoon Salomo bouwde er de eerste Joodse tempel. Later in de historische boeken van het Oude Testament lezen wij:

Toen begon Salomo met de bouw van de Tempel van Jahweh in Jeruzalem op de berg Moria, waar Jahweh aan zijn vader David verschenen was ( 2 Kronieken 3:1)

Met andere woorden, ‘de berg Moria’ was in de tijd van Abraham, een geisoleerde bergtop in de wildernis. Maar 1000 jaar later, dank zij David en Salomo werd het de centrale hoofdstad van de Joden en Israelieten, waar zij de Joodse tempel bouwden. En tot de dag van vandaag is het een heilige plaats voor de Joodse mensen.

Jezus en het brandoffer van Abraham

En hier vinden we een direct verband met Jezus en het Evangelie. We zien dit verband als we een van de titels die Jezus toekomt nader bekijken. Jezus had veel titels die met hem geassocieerd werden. Misschien is de meest bekende titel van Hem wel ‘Christus’. Maar er is een andere titel aan hem gegeven die opvalt. We zien dit in het Evangelie van Johannes, als Johannes de Doper zegt:

De volgende dag zag Johannes (de Doper) Jezus naar hem toe komen en zei: “Zie het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt. Deze is het waarvan ik zei: Na mij komt een man die er eerder was dan mij, want Hij was er al voordat ik geboren was’”.(Johannes 1:29-30)

Met andere woorden, Jezus was ook bekend als ‘Het Lam Gods’. Kijk nu naar het einde van Jezus leven. Waar werd hij gearresteerd en gekruisigd? Het was in Jeruzalem (zoals wij gezien hebben op dezelfde ‘berg Moria’). Het wordt duidelijk gezegd gedurende zijn arrestatie:

Toen hij [Pilatus] vernam dat Jezus uit het machtsgebied van Herodus kwam stuurde hij Hem naar Herodus, die in die dagen eveneens in Jeruzalem verbleef. (Lucas23:7)

Met andere woorden, de arrestatie, rechtzaak, en veroordeling van Jezus gebeurden in Jeruzalem (waar de berg Moria is). De Romeinse historicus Tacitus erkende de plaats van Jezus` kruisiging als `Judea`, de Romeinse provincie waarvan Jeruzalem de hoofdstad was. Hij schrijft:

`….Christus, de grondlegger van de naam, werd gedood door Pontius Pilatus, procurateur van Judea in de regio van Tiberius; maar het fatale bijgeloof, een tijd lang onderdrukt, brak weer los, niet alleen door Judea…`(Tacitus. Annals XV.44. Hij was een Romeinse geschiedschrijver die dit schreef in 116 AD)

Dus de dood van Jezus wordt in Judea geplaatst door niet-Bijbelse geschiedkundigen, en dat is overeenkomstig de Evangelieën die het in Jerusalem plaatsen. De plaats van de terechtstelling van Jezus werd niet zo maar verzonnen door de Evangelieschrijvers om het te laten passen bij het verhaal van Abraham.

Laten we terugkeren naar Abraham. Waarom zette hij de plaats in de toekomstige tijd “de Heer zal voorzien”? Hoe kon hij weten dat er daar iets `voorzien`zou worden in de toekomst, dat een exact spiegelbeeld zou zijn van het drama dat hij zelf meemaakte op de berg Moria? Denk er eens over na: in dat drama wordt Isaäk gespaard voor de dood omdat het lam in zijn plaats gedood wordt. Twee duizend jaar later wordt Jezus het `Lam Gods’ genoemd en wordt gearresteerd en sterft op precies diezelfde plaats – zodat jij en ik kunnen leven! Zowel Abraham als Mozes beweren dat God het aan hen had geopenbaard.

Een Goddelijke Geest Openbaart Zichzelf

En het lijkt er inderdaad op dat er een Geest is die deze twee gebeurtenissen, 2000 jaar in tijd gescheiden, aan elkaar koppelt.

Het brandoffer van Abraham was een teken dat wees naar 2000 jaar later om ons te laten denken aan de dood van Jezus.

Het brandoffer van Abraham was een teken dat wees naar 2000 jaar later om ons te wijzen op de dood van Jezus.

Maar wat dit zo uniek maakt, is dat de eerste gebeurtenis verwijst naar de tweede gebeurtenis 2000 jaar later. We weten dat de eerdere was opgezet om naar de latere te verwijzen, omdat zowel Abraham als Mozes de naam gaven: “De Heer zal voorzien” kijkend naar de toekomst. Het voorbeeld illustreert hoe de gebeurtenissen uit het verleden zinspelen op die van de toekomst, zo gearrangeerd om ons aan het laatste gebeuren te doen denken.

 

Goed Nieuws voor jou en mij

Deze uitleg is ook treffend om een meer persoonlijke reden. Aan het einde van het gesprek verklaart God aan Abraham dat

”…in uw nageslacht zullen alle volken der aarde worden gezegend, omdat gij naar mijn stem hebt geluisterd ”. (Genesis 22:18)

Als je tot een van de volken van de aarde hoort (en dat doe je) dan zul je hier aandacht aan moeten besteden, want de belofte is dat je een zegening van God zelf krijgt! Zelfs de mogelijkheid van een zegening van God, zou ons moeten bewegen om dit verder uit te willen zoeken.

Maar hoe wordt deze zegening gegeven? Om te beginnen, het woord ‘nageslacht’ is hier enkelvoudig. Het is niet ‘nageslachten’ zoals in vele afstammelingen of volken, maar enkelvoudig zoals ‘hij’, en niet door vele mensen of groepen van mensen zoals in ‘zij’. En nogmaals, dit wijst op ‘iemand uit uw nageslacht’, naar Jezus, die afstamt van Abraham. En net zoals de ram Isaäk redde van de dood door in zijn plaats te sterven, zo redt ‘het Lam van God’, ons van de dood door zijn eigen dood. Dat het Goede Nieuws van het Evangelie vooraf is aangekondigd sluit de mogelijkheid van toeval uit in het verhaal van het offer van Isaäk op de berg Moria, dezelfde plaats waar 2000 jaar later het ultieme offer werd gebracht.

En het is niet alleen in het verhaal van Abraham waar dit gebeurt, we zien het ook in het Pascha (het Paas-) verhaal van Moses in Egypte  – een van de bekendste verhalen in de Bijbel.