De verrijzenis van Jezus: feit of fictief?

Als kind leerde ik veel grandiose verhalen over onze religieuze feestdagen. Ik leerde dat een man uit Spanje met een wit paard over de daken kon rijden. Zijn zwarte Pieten klommen naar beneden door de schoorsteen om cadeautjes te geven aan goede meisjes en jongens met Kerstmis. Ik leerde over de Paashaas die met Pasen eieren en chocolade eieren bracht aan dezelfde goede meisjes en jongens.  Toen ik ouder werd realizeerde ik me dat deze verhalen leuk waren, maar niet echt waar – Ik kan er glimlachend op terug kijken – maar ik werd er te oud voor.

Ik leerde ook andere ‘verhalen’ over religieuze feestdagen. Deze verhalen gingen over herders en engelen, wijze mannen die een ster volgden, een baby die in een kribje geboren is – verhalen die de basis voor het Kerstfeest vormen. Het meest dramatische was waarschijnlijk het verhaal hoe Jezus op een kruis stierf, maar drie dagen daarna weer tot leven kwam – verhalen die de basis voor Pasen vormen.

De tweede reeks lijkt fantastischer dan de eerste. De vraag die ik had toen ik ouder werd en me realiseerde dat de eerdere verhalen niet “echt”waar waren: – Hoe weet ik dat de anderen echt waar zijn? Alle verhalen waren tenslotte verwoven met religieuze Feesten, ze inspireren beiden verwondering – en zijn even ongelovelijk! Meest ongelovelijk lijkt het verhaal van Pasen dat beweert dat drie dagen na zijn dood Jezus een lichamelijke oprijzing onderging en dus tot leven kwam. Dit is waarschijnlijk het meest ongelovelijke verhaal van alle religien, klaar voor een sensatie krant met hoofdregel: Gestorven man staat op van de dood. Zou het waar kunnen zijn? Was er redelijk bewijsmateriaal om het te bevestigen?

Dit zijn misschien erg moeilijke vragen om te beantwoorden. Maar het is zeker de moeite waard om er over na te denken omdat het ons eigen leven aangaat. Ten slotte de heldersten, sterksten, machtigsten, van ons gaan op het einde dood en hetzelfde gaat voor ons. Als iemand de dood heeft overkomen, dan heeft dat gevolgen die onze attentie vraagt. Laat me je even kort vertellen wat ik geleerd heb door deze vraag te bestuderen en erover na te denken.

Historische Achtergrond, tot en met Jezus – buitenom de Bijbel.

Waarschijnlijk de beste manier om de vraag te beantwoorden is door alle mogelijkheden heen te werken en te bekijken welke van de alternatieven het meest zinvol is – zonder door “geloof” of bovennatuurlijke uitleg. Het feit dat Jezus leefde en dat hij een publieke dood onderging, waardoor het pad van de historie veranderde is zeker. Men hoeft niet specifiek naar de Bijbel te gaan om dat vast te leggen. Er zijn verschillende verwijzingen naar Jezus en de invloed die hij heeft op de wereld nu, in de wereldse historie. Laten we naar twee bronnen kijken. De roomse gouverneur-historicus Tacitus maakte een facinerende verwijzing naar Jezus toen hij beschreef hoe Nero de Christenen van de eerste eeuw martelde (in AD 65) als zondebokken voor de branden in Rome. Het volgende is wat hij zei, geschreven in 112 AD. :

‘Nero strafte de personen die Christenen genoemd werden met de meest exquisiete mishandelingen. Zij werden gehaat voor hun mateloosheid. Christus, waar de naam vandaan komt, was tot dood veroordeeld door Pontius Pilatus, die procurateur was van Judea tijdens de regering van Tiberius; maar het verderfelijke bijgeloof, voor een tijdje onderdrukt, brak weer uit, niet alleen in Judea, waar de baldadigheid begon, maar door de stad van Rome en het hele rijk heen. Tacitus: Annalen XV. 44

Wat is zo interessant is dat met deze constatering Tacitus bevestigt dat Jezus: 1) een historische persoon was; 2) dat hij ter dood werd gebracht door Pontius Pilatus; 3) rond 65 AD (de tijd van Nero) dat het Christelijke geloof was verspreid van Judea tot Rome over de Middellandse zee met zulke intensiteit, dat de Keizer van Rome zich gedwongen voelde om er iets aan te doen. Cornelius Tacitus zegt deze dingen als een vijandige getuige, omdat hij de beweging die Jezus begonnen had, als een “kwaadaardig bijgeloof” typeerde.

Josephus was een Joodse militaire leider/historicus die voor de Romeinen schreef. In wat hij schreef, zette hij de Joodse historie op een rijtje, van het begin tot in zijn tijd. Door wat hij deed, beschreef hij de tijd van Jezus, met deze woorden:

‘Toen leefde een wijze man…Jezus…goed en …deugdzaam. En er waren veel mensen, Joden en mensen van andere landen, die zijn leerlingen werden. Pilatus veroordeelde hem om gekruizigd te worden. En degenen die zijn leerlingen waren geworden bleven bij dat leerlingschap. Zij brachten verslag uit dat hij, Jezus, zich na drie dagen aan hen liet zien en dat hij weer leefde. Josephus. 90 AD. Antiquities xviii. 33

Van wat we in het verleden zien was de dood van Christus algemeen bekent. De verrijzenis werd door de apostelen aan de Romijnen opgedrongen.

Historische Achtergrond – van de Bijbel.

Lucas, een geneesheer en een historicus, geeft ons meer inzicht over hoe dit geloof groeide in de oude wereld. Hier is een uitreksel van de Handelingen van de Apostelen:

‘ De priesters en de gezagvoerders… kwamen naar Petrus en Johannes toe… Zij waren erg verontrust want de apostelen onderwezen de mensen en verkondigden de verrijzenis van Jesus…Ze pakten Petrus en Johannes… duwde hen de gevangenis in…Toen zij de moed van Petrus en Johannes zagen en zich realizeerden dat zij ongeschoolden gewone mannen waren, waren ze verbaasd… “Wat gaan we met deze mannen doen?” Vroegen zij.’ Handelingen der Apostelen: 4:1-16 (63 AD)

‘Daarna arresteerden de hoge priester en zijn medewerkers… de apostelen en stuurden hen in de publieke gevangenis… zij waren woedend en wilden hen doden… Zij riepen de apostelen en ze werden gegeseld. Toen werd hen bevolen om niet in de naam van Jesus te spreken, en ze lieten hen gaan.’ Acts 5:17-40

Men kan zien aan dit verhaal dat de burgerleiders aardig wat maatrelelingen namen om dit “kwaadaardige bijgeloof” (zoals Tactitus het noemde) te stoppen. We moeten er even aan denken dat deze gebeurtenissen plaats vonden in Jerusalem – dezelfde stad waar maar een paar weken tevoren Jezus publiek gedood en begraven was.

Kan het zijn dat het lichaam van Jezus in het graf is gebleven?

Na alle historische data bekeken te hebben kunnen we door de mogelijke beweringen van de verrijzenis van Christus heen werken. Om te beginnen zijn er maar twee mogelijkheden die het dode lichaam van Christus aangaan. Of het graf was leeg op die Paasmorgen of het lichaam was er nog. Dit zijn de enigste alternatieven – er zijn geen andere mogelijkheden.

Laten we aannemen dat het lichaam zich nog in het graf bevond. Als we terugkijken op de gebeurtenissen die historisch vastgeled zijn, worden we al gauw met moeilijkheden geconfronteerd. Waarom zouden de Romijnse en Joodse leiders in Jerusalem zulke extreme maatregelingen nemen om de overdrijvingen van een zogenaamde verrijzing te stoppen, als het lichaam nog in het graf was, vlak bij waar de leerlingen (apostelen) de verrijzenis van Jezus afkondigden? Als ik een van die leiders was, dan zou ik gewacht hebben todat de leerlingen het hoogtepunt van hun toespraak berijkt hadden met betrekking tot de verrrijzenis, en dan publiek het lichaam van Christus paraderen. Daarmee zou ik de jonge beweging de kop indrukken zonder hen in de gevangenis te zetten, te martelen en te doden! En neem in aanmerking – toendertijd werden In Jerusalem duizenden bekeerd tot het geloof van de lichamelijke verrijzenis van Jezus. Als ik in een van die menigten was geweest,- luisterend naar Petrus, nadenkend en mij vebazen of ik deze ongelooflijke boodschap zou kunnen geloven – (ten slotte, dit geloof kwam met een prijs van achtervolging) dan zou ik minstens gedurende mijn lunchpauze naar het graf gegaan zijn om voor mijzelf te zien of het lichaam van Christus er nog was. En als het lichaam van Christus nog in het graf was, dan zou niemend zich ooit aangesloten hebben in zo’n vijandig millieu, terwijl er zo’n belastend tegenbewijs was. Nu, Christus’s lichaam in het graf blijvende zou als absurd gezien worden. Dit alternatief can niet als serieus gezien worden.

Hadden de apostelen het lijk gestolen?

Natuurlijk bewijst dit niet de verrijzenis – er is andere goede uitleg voor een leeg graf. Maar, iedere uitleg voor de afwezigheid van het lichaam moet ook deze details uitleggen: De Romijnse zegel over het tombe, de Romijnse bewaking van het graf, de grote (1-2 tom) steen die de ingang afsloot, de 40kg balsem media aan het lichaam, enzovoort; er is een grote lijst. Ruimte laat niet toe dat we alle factoren en scenario’s kunnen bekijken, maar de meest beschouwde uitleg is altijd geweest dat de leerlingen zelf het lichaam gestolen hadden van de tombe, en daarna het lichaam verschuilden en daardoor anderen te misleiden.

Laten we het volgende scenario veronderstellen, een argument vermeidend, over de moeilijkheden om uit te leggen hoe een groep ontmoedigde leerlingen die ontkomen aan hun arrestatie na de arrestatie van Jezus. Hoe zij weer bij elkaar kwamen en het plan vormden om het lichaam te stelen en zo de Romijnse garde te slim af te zijn. Ze verbroken de zegel, verplaatsten de grote steen en namen het embalmde lichaam mee – alles zonder maar een spoor achter te laten. Laat ons aannemen dat zij hier success in hadden en dan op de wereld stage een nieuw religieus geloof begonnen gebaseerd op een leugen. Velen van ons nemen aan dat wat de eerste apostelen motiveerde was om liefde en broederschap af te kondigen – en de dood van Christus (spiritueel en metaphorisch) was de katalysator voor deze boodschap. Maar als je terugkijkt naar wat Lucas zowel als Josephus bespreken, dan zie je dat het argumentative punt was “de apostelen onderwezen de mensen en proclameerden Jezus’ verrijzenis van de dood. Dit thema is alles beheersend in hun schrijvingen. Voor Paul, een andere apostel, was de verrijzing allergroots:

In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf aan overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden…begraven en opgestaan op de derde dag… dat hij verschenen is aan Petrus en dan aan de twaalf… En als Christus niet verrezen is, is ons prediken zonder inhoud en uw geloof zonder grond…Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij de meest beklagenswaardigen van alle mensen…. Als ik met wilde beesten vocht in Efeze alleen voor menselijke redenen, wat baat heb ik daaraan als de doden niet verrijzen? Laat ons dan maar eten en drinken, want morgen gaan we dood…. I Korintiers 15: 3-32 (57 AD)

Het is duidelijk dat voor de leerlingen het voornaamste in hun geloofsbelijding en getuigenis was: de verrijzenis van Jezus. Laten we aannemen dat dit echt bedriegelijk was – dat de leerlingen inderdaad het lichaam gestolen hadden zodat het contra-bewijs van hun nieuwe leer hen niet kon stoppen. Misschien konden zij de wereld voor de gek houden, maar zij zelf zouden dan geweten hebben dat wat zij preekten, schreven en wat een grootse opschudding veroorzaakte, was een leugen. Niettemin gaven zij hun leven(letterlijk) voor deze missie. Waarom zouden zij dat doen – als ze wisten dat de basis een leugen was? Mensen geven hun leven aan bewegingen (waardevol of niet) omdat zij geloven in de beweging waarvoor zij strijden omdat ze er op hopen er iets uit te halen. Kijk naar de zelfmoord bommers in het Midden Oosten. Dat is zeker het grootste moderne voorbeeld van devotie aan een beweging – waarvan het hoogtepunt hun eigen dood en de dood van anderen is. Nou we kunnen het niet eens zijn met hun beweging – maar zij geloven daadwerkelijk hierin en dat ze na de dood naar het paradijs zullen gaan als beloning. Zij gaan door het uiterste omdat ze zo sterk geloven dat dat hun beloning wordt. Zoals dit geloof waarschijnlijk niet waar is – maar zij zelf geloven het – anders zouden zij niet zoiets drastisch doen. Het verschil tussen de zelfmoord bommers en de eeerste leerlingen is dat de zelfmoord bommers niet kunnen verifieren of hun geloof waar is, de leerlingen van Jezus konden dit wel. Als zij het lichaam gestolen hadden en verstopt, dan wisten zij toch zeker dat de verrijzenis niet waar was. Bekijk naar aanleiding van hun eigen woorden, de prijs die zij betaalden voor het verspreiden van de boodschap – en vraag jezelf af of jij zo’n persoonlijke prijs zou betalen voor iets wat je weet dat vals is:

Wij worden aan alle kanten gestookt…we zien geen uitweg meer maar zijn nooit ten einde raad. Wij worden opgejaagd maar niet in de steek gelaten… Voortdurend wordt ons leven aan de dood uitgeleverd… Ook al gaan wij ook ten onder, naar de uitwendige man…ontberingen…nood en ellende…slagen, gevangenschap, oproer, oververmoeidheid, gebrek aan slaap, te weinig eten… treurend…berooid…Haveloos… Vijfmaal kreeg ik van de Joden de veertig-min-een slagen, drie keer ben ik met stokken geslagen, eenmaal gestenigd. Driemaal heb ik schipbreuk geleden, en een heel etmaal doorgebracht op volle zee… gevaren van rivieren en gevaren van rovers, gevaren van de kant van mijn eigen volk en van de heidenen, in de stad en in de woestijn…met zwoegen en tobben,veel slapeloze nachten, honger en dorst, vaak zonder eten… in koude en in naaktheid. Niemand is zwak of ik ben het ook. II Korintiers 4: 8– 6:10; 11:24-29

Hoe meer ik de resolute heldenmoed overweeg van al hun levens (niet een bezweek er onder en niemand gaf toe, tot het bittere einde), hoe meer ik het ongelooflijk vind, dat zij niet echt in hun boodschap geloofden. En als zij het geloofden – dan zouden ze toch echt niet zelf het lichaam van Christus gestolen en weggeworpen hebben. Een van de grootste criminele advocaten die leerlingen aan Harvard onderwees in hoe je probeert om zwakke punten te vinden in getuigen, zei het volgende over dit onderwerp:

“De annalen van militaire oorlogen kunnen ons geen voorbeeld geven van heldhaftige constandheid, geduld, en stevige moed. Zij hadden ieder mogelijk motief om de gronden van hun geloof voorzichtig te overwegen, en de bewijzen van de grote feiten en waarheden die zij voorschreven.” Greenleaf. 1874. An examination of the Testimony of the Four Evangelists by the Rules of Evidence Administered in the Courts of Justice. p. 29

Hiermee samenhangend is het feit dat de vijanden van de leerlingen, Joden en Romijnen, niets zeiden. Deze vijandige getuigen probeerden nooit serieus het ”ware” verhaal te vertellen, om te laten zien dat de leerlingen het verkeerd hadden. Zoals Dr. Montgomery zegt,

“This underscores the reliability of testimony to Christ’s resurrection which was presented contemporaneously in the synagogues – in the very teeth of opposition, among hostile cross-examiners who would certainly have destroyed the case … had the facts been otherwise” [van Google translate – “Dit onderstreept de betrouwbaarheid van de getuigenis van de oprijzing van Christus, die gelijktijdig werd gepresenteerd in de synagogen – in de tanden van de oppositie, onder vijandig cross-examinatoren die zou in ieder geval zijn vernietigd … hadden de feiten anders geweest”]  Montgomery. 1975. Legal reasoning and Christian Apologetics. p. 88-89

In deze korte studie hebben we nog geen tijd gehad om ieder facet van deze vraag te wegen. Hoe dan ook, de niet-aflatende vrijmoedigheid van de leerlingen en de stilte van de tegenstrijdige getuigen spreken volumes over het feit dat Christus misschien inderdaad verrezen is. Het is een serieus en doordacht onderzoek waard. De verrijzenis is het hoogtepunt van het Evangelie. Om meer over de Verrijzenis na te denken is het goed om het in Bijbels verband te bekijken. Een goede plaats om te beginnen zijn de tekenen van Abraham en Mozes. Ook al leefden zij duizende jaren voor Christus, hun ondervindingen waren een profetische beduiding naar de dood en verrijzenis van Jezus.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *