Waar komt ‘Christus’ van Jezus Christus vandaan?

Soms vraag ik mensen  wat zij denken wat Jezus’s achternaam was. Gewoonlijk antwoorden zij zoiets als: “Ik denk dat zijn achternaam ‘Christus’ was, maar ik weet het niet zeker.   Dan vraag ik: “Als dat zo was toen Jezus een klein jongetje was, namen Jozeph en Maria Christus kleine Jezus Christus mee naar de markt?”  Dat weggenomen realizeren zij zich dat ‘Christus’ is niet Jezus’s achternaam. Wat is ‘Christus’ dan?  Waar komt het vandaan? Wat betekent het? Dat is wat wij graag willen onderzoeken in dit artikel.

Vertaling vs. Transliteratie

Eerst zullen we enkele basis principes van vertaling moeten begrijpen. Vertalers proberen de beste betekenis te gebruiken.  Daarom wordt een woord-voor-woord benadering niet altijd gebruikt.  Maar vertalers kiezen soms om te vertalen volgens klank in plaats van de betekenis, vooral als het om namen of titels gaat.  Dit heet transliteratie.  Bij voorbeeld, de name “Petrus” is een transliteratie van de Griekse naam Πέτρος (Petros), wat “rots” betekent in het Grieks.  De naam werd “Petrus” omdat het bijna hetzelfde klinkt als Petros, in plaats van de betekenis van de naam.  Niettemin, de naam in het Frans is Pierre, wat “rots” betekent. Dus was de naam weergegeven in het Frans, vanuit het Grieks door vertaling (dezelfde betekenis), in plaats van transliteratie (dezelfde klank).  Voor de Bijbel moesten vertalers besluiten, of woorden (vooral namen en titels) beter vertaald zouden worden in de ontvangers taal door vertaling (betekenis) of door transliteratie (klank).  En er is geen specifieke regel; soms is het beter om te vertalen en andere keren is transliteratie beter.

De Septuagint

Laten we nu deze beginselen  afleggen op de historie van de Bijbelse vertaling.  De eerste vertaling van de Bijbel was toen het Hebreeuwse Oude Testament werd vertaald in het Grieks rond 250BC. Deze vertaling staat bekend als de Septuagint (of LXX) en het heeft een enorme invloed uitgeoefend op de Westerse wereld.  Het meest belangrijke ervan is (omdat het Nieuwe Testament in het Grieks geschreven was), dat wanneer de schrijvers van het Nieuwe Testament iets aanhaalden van het Oude Testament (wat ze vaak deden), zij regelmatig de Griekse Septuagint gebruikten in plaats van het Hebreeuwse Oude Testament

Vertaling & Transliteratie in de Septuagint

Het plaatje hieronder laat zien hoe dit invloed heeft op de Bijbel van vandaag, de vertalingsfasen zijn in kwadranten te zien.

Dit laat de vertalingsloop zien van oorspronkelijke naar de huidige Bijbel.

Dit laat de vertalingsloop zien van oorspronkelijke naar de huidige Bijbel.

Het oorspronkelijke Hebreeuwse Oude Testament is in kwadrant #1 en is toegankelijk in de Masoretische tekst en de Dode Zee Rollen.  Het Griekse Nieuwe Testament is in kwadrant #2. Maar omdat de Septuagint een Hebreeuws –> Griekse vertaling is,  wordt dit getoond als een pijl die van kwadrant quadrant #1 naar #2 gaat zodat  #2 beide het Oude en het Nieuwe Testament bevat. In de onderste helft (#3) is een hedendaagse taal waarin de Bijbel vertaald is. De vertalers moesten besluiten of de woorden beter waren in de ontvangerstaal, door transliteratie of door vertaling zoals hierboven is uitgelegd. Dit wordt laten zien met de groene pijlen benoemd translitereer en vertaal, en laat zien dat de vertalers beide benaderingen konden nemen. Tezamen, dit figuur laat her process zien hoe de Bijbelse teksts zijn vertaald van Hebreeuws en Grieks, naar de talen van nu.

De Oorsprong van ‘Christus’

In het volgende figuur volg ik hetzelfde process als hierboven, maar deze keer focus ik vooral op het woord ‘Christus’ dat in ons hedendaagse Nieuwe Testamenten voorkomt.

Waar komt ‘Christus’ vandaan in de Bijbel.

Waar komt ‘Christus’ vandaan in de Bijbel.

We kunnen zien dat in het originele Hebreeuwse Oude Testament de term ‘mashiyach’ was, en wat het Hebreeuws woordenboek vertaald als ‘gezalfde of gewijde’ persoon. Hebreeuwse priesters en koningen van Oud Testamentische tijd werden gezalfd (ceremonieel met olie gewreven) voor zij hun aantrede deden, zij waren dus gezalfden, of ‘mashiyach’. Maar bepaalde profetische Oude Testamente gedeeltes spraken ook over een bepaalde ‘mashiyach’ (met het bepalend lidwoord ‘de’) waarvan voorzegd was dat hij zou komen. Toen de Septuagint ontwikkeld was in 250 BC, de vertalers kozen een woord in Grieks met een soortgelijke betekenis, Χριστός (klinkt als Christos), dat kwam van chrio, wat betekent: ceremonieel met olie wrijven.  Dus werd het woord Christos vertaald met de betekenis (en niet translitereerd door klank) van het originele Hebreeuwse ‘mashiyach’ in de Septuagint, wijzend naar die specifieke persoon.  De schrijvers van Het Nieuwe Testament begrepen dat Jezus deze person was waarvan gesproken werd in de Septuagint en daarom gingen zij door met het woord ‘Christos’ in hun geschriften om Jezus aan te wijzen als deze ‘mashiyach’.

Maar toen we naar de hedendaagse talen verschoven, was er geen gemakkelijk herkenbaar woord met een soortgelijke betekenis dus ‘Christos’ werd toen getranslitereerd van Grieks in deze talen als ‘Christus’ en de varianten daarvan.  Daarom is het woord ‘Christus’ een specifieke titel, geworteld in het Oude Testament, afgeleid door vertaling van Hebreeuws naar Grieks, en dan getranslitereerd van Grieks naar moderne Eurpese talen.  Het Hebreeuwse Oude Testament is direct vertaald in deze talen en vertalers hebben verschillende keuzen gemaakt in de vertaling van het originele ‘mashiyach’.  Sommige Bijbels vertalen (door de betekenis) naar variaties van ‘Messias’ en anderen translitereren (dus klank) naar variaties van ‘Christus’. Omdat we het woord ‘Christus’ niet gemakkelijk in het Oude Testament zien, is de connectie met het Oude Testament niet duidelijk.  Maar van deze analyse weten we dat de Bijbelse ’Christus’=’Messias’=’Gezalfde’ en dat het een specifieke titel was. De originele Griekse lezers van het Nieuwe Testament, zouden meteen de ‘Christos’ gezien hebben van de Septuagint en zouden het directe verband hebben gezien, terwijl wij echt er naar moeten zoeken.

De Christus geanticipeerd in 1ste Eeuw

Laten we, gewapend met dit inzicht, enkele waarnemingen maken over het Evangelieverslag. Hieronder volgt de reactie van Koning Herodus toen de wijzen uit het oosten kwamen, zoekend naar de Koning der Joden, een welbekend gedeelte uit het Kerstverhaal.  Bemerk dat ‘de’ voor Christus geschreven is, al verwijst het niet specifiek naar Jezus.

Toen Koning Herodus dit hoorde, werd hij verontrust en heel Jeruzalem met hem.  Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen en legde hun de vraag voor, waar de Christus moest geboren worden. (Matthew 2:3-4)

U kunt zien dat het idee van’de Christus’ was al algemeen aanvaard door Herodus en zijn religieuze adviseurs – zelfs voordat Christus geboren was – en het wordt hier gebruikt zonder speciaal naar Jezus te verwijzen.  Dit is omdat ‘Christus’ vanuit het Oude Testament komt, het werd gewoonlijk gelezen door Joden van de 1ste eeuw (zoals Herodus en de hogepriester van zijn tijd) in de Griekse Septuagint. ‘Christus’ was (en is nog) een titel, en geen naam.  Hierdoor kunnen we meteen het belachelijke idee ontkrachten dat ‘Christus’ een Christelijke uitvinding is of een uitvinding door iemand  zoals Keizer Constantijn van 300 AD, populair gemaakt door films zoals demDa Vinci Code.  De uitdrukking bestond al honderden jaren voordat er Christenen waren en Constantijn aan de macht kwam.

Profetieën van ‘De Christus’ in het Oude Testament

In werkelijkheid, de term neemt hier een definitieve profetische titel aan, reeds in de Psalmen beschreven door David, rond 1000 BC – lang, lang vóór de geboorte van Jezus. Laten we eens kijken naar de eerste gebeurtenissen.

Waarom komen de volken in opstand en zinnen de naties op zinloze plannen?  Waarom stellen koningen van de aarde zich in slagorde op, beramen vorsten een oorlogsplan tegen de Heer en tegen zijn gezalfde? Wij willen hun ketens verbreken en ons van hun boeien bevrijden.  Die in de hemel woont lacht, de Heer spot met hen en in zijn woede spreekt Hij.  Zijn grimmigheid benauwt hen: ‘Ikzelf heb mijn koning gezalfd op mijn heilige berg, op de Sion’.  Ik verkondig het besluit van de HEER:  Hij zei tegen mij: ’Jij bent mijn zoon, vandaag heb ik je verwekt…’ (Psalm 2:2-7)

De Griekse Septuagint werd veel meer gelezen dan het Hebreeuws in de eerste eeuw. (Door Joden, als andere volken).  Psalm 2 in de Septuagint las op de volgende manier (Ik voeg het in met een getranslitereerde ‘Christos’ zodat je de ‘Christustitel’ kunt ‘zien’ zoals de lezer van de Septuagint het kon)

De koningen der aarde nemen hun stand…tegen de Heer en tegen Zijn Christus. Degene die in de Hemel op de troon zit lacht; de Heer spot met hen…zeggend… (Psalm 2)

Je kunt nu ‘Christus’ ‘zien’ in dit tekstgedeelte zoals een lezer van de 1ste eeuw het gezien zou hebben. Maar de Psalmen gaan door met meer verwijzingen naar de komst van Christus. Ik zet het standaard tekstgedeelte naast een getranslitereerde, een met ‘Christus’ erin zodat je het kunt zien.

Psalm 132- Uit het Hebreeuws  Psalm 132 – Uit de Septuagint 
O Heer, …10  Omwille van David uw dienaar,
Verwerp uw Gezalfde niet.11 The De Heer heeft aan David een
eed gezworen, een eed die hij niet zal terughalen:
“Uw eigen nazaat zet ik op de troon —
…17 “Daar schenk ik Davids hoorn
weer nieuwe loten de lamp van mijn Gezalfde ontsteek ik weer.18  Zijn vijanden zal ik kleden met schande,  maar Davids diadeem krijght
zijn glans terug.
O Heer,…10  Omwille van David uw dienaar, verwerp niet uw Christus.

11 The De Heer heeft aan David een eed gezworen,
een eed die hij niet zal terughalen: “Uw eigen nazaat zet ik op de troon—
…17 “Daar schenk ik Davids hoorn weer nieuwe
loten de lamp van mijn Christus ontsteek ik weer.

18 .” Zijn vijanden zal ik kleden met schande,
maar Davids diadem krijght zijn glans terug

Je kunt zien dat Psalm 132 specifiek spreekt in de toekomstige tijd. (“…Daar schenk ik Davids hoorn …”), zoals zovele tekstgedeelten van het Oude Testament.  Dit is belangrijk als men de profetieën kent. Het is niet alsof de Nieuwe Testamentische schrijvers wat ideeën namen van het Oude Testament en zorgden dat ze pasten. Het is zo duidelijk als woorden kunnen zijn dat het Oude Testament, zelfs zonder het Nieuwe Testament te overwegen, toekomstige beweringen en voorspellingen maakt.  Herodus wist dat de Oude Testamentse profeten voorspellingen maakten over de komende ’Christus’daarom was hij klaar voor deze aankondiging.  Hij had alleen nodig dat zijn adviseurs hem de bijzonderheden van deze voorspellingen vertelden. Van de Joden is bekend dat zij op hun Messias (of Christus) wachten.  Het feit dat zij wachten of uitkijken naar de komst van hun Messias heeft niets te maken met Jezus, of het Nieuwe Testament (omdat zij dat negeren), maar heeft eerder alles te maken met de expliciet op de toekomst gerichte voorspellingen en profetieën in het Oude Testament.

De Oud Testamentische profetieën: Gespecificeerd zoals een slot-en-sleutel stelsel

Het feit dat de Oud Testamentse geschriften expliciet voorspellend zijn, betekent dat ze tot een kleine group behoren van de grote zee van literatuur welke geproduceerd is tijdens de menselijke geschiedenis. Het is zoals het slot in een deur.  Een slot is gemaakt met een bepaalde vorm-specificatie. Een slot is gemaakt zo dat alleen een specifieke ‘sleutel’, die bij de  specificatie hoort, het kan openen.  Op dezelfde manier werkt het Oude Testament als een slot. We zagen dat de specificaties niet alleen in de twee Psalmen staan, die we hier bekeken hebben, maar we hebben andere gezien in de post over Abrahams offer, Het begin van Adam, en het Pascha van Mozes (herlees ev. als je er niet zo bekent mee bent).  Psalm 132 voegt de specificatie toe dat ‘de Christus’ van de lijn van David zal zijn.  Dus het slot heeft specificaties die zoals we zien meer en meer precies worden in de profetische tekstgedeelten over het Oude Testament. We kijken naar meer van deze ‘slot’ specificities. Maar ik wil ook een andere vraag stellen.  Is Jezus de passende ‘sleutel’ die de profetieën opent? Mijn hoop is dat je door dit studieproces beter in staat bent om zelf het Evangelie te overwegen.

De Belofte onthult de gerechtigheid voor ons

In mijn eerdere artikel hebben we gezien dat Abraham de status van volstrekte gerechtigheid kreeg, gewoon door te geloven. Dit wordt verklaard in een korte zin:

Abram geloofde de Heer en Hij rekende het hem tot gerechtigheid. (Genesis 15:6)

Geloof gaat niet over het bestaan van God

We gaan nu bekijken wat het betekent dat Abraham ‘geloofde’. Veel mensen die ik spreek denken dat ‘geloven’ betekent ‘geloof in het bestaan van God’. Hoe vaak heb ik niet gehoord “O, ik geloof in God”– in de betekenis “Ik geloof dat God bestaat”. Op een of andere manier denken we dat God aangegrepen en verblijd is als we zijn bestaan erkennen. Maar het feit is dat de Bijbel daar veel minder uitbundig over is. Geschreven staat:

U gelooft dat er slechts één God is? Uitstekend! Ook de demonen geloven dat, en sidderen! (Jacobus 2:19)

Volgens de Bijbel, plaatst ‘gewoon maar geloven dat God bestaat’ ons gelijk met demonen, duivels. Het wordt overgelaten aan jezelf hoeveel zekerheid je daar uit wilt halen. Nu is het waar dat Abraham geloofde in het bestaan van God, maar dat is helemaal niet het doel van deze ontmoeting. De realiteit die Abraham het hoofd biedt was dat hij geen zoon had terwijl hij meer dan 80 jaar oud was. In het gesprek met God, zoals hij dat meerdere keren had gevoerd, had God beloofd dat Hij hem een zoon zou geven. Het was die belofte die Abraham voort duwt naar een Kruispunt van Besluit. Zijn keuze was niet het wel of niet geloven in het bestaan van God, maar of hij die bepaalde belofte die deze God had gegeven zou geloven – of niet. En met dat besluit koos Abraham om te geloven. Hij vertrouwde dat God de belofte aan hem in vervulling zou brengen. Geloof in dit verhaal is synoniem met vertrouwen. Abraham verkoos in  deze zaak om op God te vertrouwen, die zo erg belangrijk was voor hem – en die er als je alleen oppervlakkig kijkt niet erg hoopgevend uit zag.

Dus besloot Abraham om de belofte van een zoon te geloven. In ruil daarvoor gaf God hem meer dan de belofte. Hij gaf hem – de uitdrukking die gebruikt wordt is ‘krediteren met’ of ‘rekenen tot’ – gerechtigheid. Uiteindelijk kreeg Abraham allebei, de volbrachte belofte (een zoon uit wie een grote natie zou groeien) samen met gerechtigheid er zomaar aan toegevoegd, bijna als een nagedachte.

Gerechtigheid – niet uit onze verdiensten of inspanningen

Ik heb het voorrecht gehad te horen van mensen van veel verschillende religies en filosofieën. Wat ik erg opmerkelijk vind is dat, zelfs als hun theologieën erg uiteenlopen, bijna iedereen waar ik mee speek of waarover ik lees in de veronderstelling leeft dat gerechtigheid wordt verworven door onze verdiensten, of verdiend wordt door specifieke inspanningen, ascetische zelfopoffering of ‘goed’ gedrag. Ons motief is, dat ‘meer goede dan slechte dingen’ doen, of een bepaalde of hoeveelheid ‘religieuze goedheid’ te hebben, ons waardig maakt om gerechtigheid te verdienen. Deze logica heb ik uitgedrukt gezien door Boeddhistische vrienden in Thailand, Hindoes in India, Moslims over de hele Moslimwereld, door Katholieken, Protestanten, en zelfs degenen die gewoon in ‘een Hogere Macht’ geloven – iedereen over de hele wereld leeft van nature bij dit credo. Eens interviewde ik een theologiestudent die een seminarie had verlaten: hem was verteld dat de balans tussen onze verdiensten en zonden bepaalde of we gerechtvaardigd zijn.

Maar Abraham ‘verdiende’ gerechtigheid niet; het was hem ‘gekrediteerd’ of ‘gerekend tot’. Nu dan, wat is het verschil? Wel, als iets ‘verdiend’ wordt, werk je ervoor — het komt je toe. Het is hetzelfde als loon krijgen voor gedane arbeid. Maar als iets aan jou gekrediteerd wordt, dan wordt het je gegeven. Zoals een geschenk gewoon gegeven wordt, het is niet verdiend, maar wordt gewoon ontvangen.

Deze discussie van Abraham weerlegt het gemeenschappelijke begrip dat we over gerechtigheid hebben, aan de ene kant denkend dat geloven het bestaan van God erkent, of anderzijds dat gerechtigheid wordt verworven door genoeg goeds te doen of religieus te zijn. Dit is niet hoe Abraham het zag. Hij besloot heel simpel de belofte om te geloven die aan hem gedaan was.

Het geloof van Abraham : Hij waagde zijn leven erop

Kiezen om te geloven in de belofte van een zoon was misschien eenvoudig, maar zeer zeker niet gemakkelijk. Abraham had zomaar deze belofte kunnen negeren door de tegenwerping te maken, dat als God echt het verlangen had en de macht om hem een zoon te schenken, dat Hij dat allang gedaan zou hebben. Abraham en Sarah (zijn vrouw) waren immers oud – ver boven de leeftijd om kinderen te kunnen krijgen. Terugkijkend, toen hem voor het eerst ‘een Grote Natie’ beloofd werd, was Abraham al 75 jaar oud. Als antwoord daarop verliet hij zijn geboorteland en ging naar Kanaän. Er gingen vele jaren overheen, en Abraham en Sarah werden erg oud en ze hadden zelfs nog niet één kind – laat staan een natie!  “Waarom heeft God ons nog geen zoon gegeven als hij dat inderdaad kan doen”? zal hij zich afgevraagd hebben. Anders gezegd, hij geloofde de belofte van een komende zoon zelfs al had hij waarschijnlijk onbeantwoorde vragen over deze belofte. Hij geloofde de belofte omdat hij op God vertrouwde – die hem de belofte gedaan had – zelfs al begreep hij niet alles van deze belofte, noch wist wat God van plan was.

Geloof in de belofte eiste actief wachten. Zijn hele leven werd zeg maar onderbroken terwijl hij in tenten in het Beloofde Land van Kanaän woonde, (vele jaren) wachtende op het komen van de beloofde zoon. Het zou veel gemakkelijker zijn geweest om de belofte weg te redeneren en terug te gaan naar de beschaving in Mesopotamië (in het huidige Irak) dat hij vele jaren geleden verlaten had, het land waar zijn broer en zijn familie nog steeds woonden. Abraham moest met de moeilijkheid leven van steeds in de belofte blijven geloven – elke dag weer – gedurende vele jaren, terwijl hij wachtte op de steeds meer onwaarschijnlijke vervulling van de belofte. Zijn vertrouwen in de belofte was zo groot dat het voorrang gaf aan alle normale doelen in het leven — zekerheid, comfort en welzijn. Het leven vanuit het vooruitzicht van de belofte was In zekere zin het versmaden van de normale doelen in het leven. Geloven in de belofte laat beiden, het vertrouwen in, en de liefde voor God zien. Hij had kunnen kiezen niet te geloven en terug te gaan naar het land waar hij vandaan kwam. Hij had de belofte in de wind kunnen slaan terwijl hij toch in het bestaan van God geloofde en doorging met zijn gebeden en het helpen van andere mensen. Maar dan zou hij alleen zijn religie onderhouden en het zou hem niet tot gerechtigheid gerekend zijn.

Daarom ging hij ‘dieper geloven in de belofte’ dan het gewoon maar ‘aannemen’. Abraham moest zijn leven, zijn handelingen en zijn veiligheid, hier en nu, en alle hoop op de toekomst op het spel zetten voor deze belofte omdat hij geloofde. Hij was actief en gehoorzaam aan het wachten. Dit was de manier van Abraham.

Abraham: Het voorbeeld voor ons – om ook beloften te geloven

De rest van de Bijbel behandelt deze ervaring als een Teken voor ons. Abrahams geloof in de belofte van God en de uitlopende toerekening van gerechtigheid, is een voorbeeld voor ons tot navolging. Het hele Evangelie is gebaseerd op beloften die God aan een ieder van ons geeft. Deze beloften zijn niet hetzelfde als de specifieke beloften aan Abraham voor een zoon. Maar het zijn toch beloften, en zoals gedaan aan Abraham, brengen ze ons tot het kruispunt van een besluit. Geloven (vertrouwen) we in deze beloften of niet?

Over welke beloften hebben we het? Hier volgen er enkelen:

Aan diegenen die Hem aannamen, heeft Hij de macht gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven in zijn naam. Niet langs wegen van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door menselijk streven, maar uit God zijn geboren. (Johannes 1:12-13)

“Waarachtig, Ik verzeker u: wie naar mijn woord luistert, wie Hem gelooft die Mij gezonden heeft, bezit eeuwig leven.” Voor hem is er geen oordeel meer: hij is al overgegaan van de dood naar het leven. Waarachtig, Ik verzeker u: er komt een uur, ja het is er al, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen, en zij die ernaar luisteren zullen leven. (Johannes 5:24-25)

Ik ben de deur; wie door Mij binnenkomt zal gered worden: die kan vrij in- en uitgaan en zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen maar om te roven en te slachten, en om verloren te laten gaan; Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed. (Johannes 10:9-10)

“ Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem mijn juk op en kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart, en u zult rust vinden voor uw ziel. Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”. (Matteüs:28-30)

Want het loon van de zonde is de dood, maar de gave van God is het eeuwig leven in Christus Jezus onze Heer. (Romeinen 6:23 – zie artikel uitleggen van dit vers)

De lijst is lang en ik kan ermee doorgaan. Maar het gaat erom, dat dit beloften zijn en deze worden gegeven oftewel door Jezus of in zijn naam – aan u en aan mij. Zoals Abraham kunnen we kiezen om in deze beloften te geloven – of niet. Zoals Abraham, om in deze beloften te geloven, betreft en vereist het je hele leven. Ieder zal de normale levensdoelen en aspiraties onderdanig moeten maken aan deze beloften. Mentale instemming met deze beloften is niet wat het Evangelie van ons verlangt. Ook niet het geloof in het bestaan van God, of moedige en goedbedoelde inspanningen om het ‘waardig zijn’ te verdienen. Als je in deze beloften gelooft, zodanig dat je je leven ervoor zou geven, dan wordt het jou ook tot gerechtigheid gerekend. En deze zullen je op dezelfde geloofsreis zetten die Abraham eens begon. Voor deze reis betaalt God de prijs, terwijl wij ieder krediet ontvangen voor gerechtigheid. Dit was de verwachting van het daaropvolgende offer van Abraham.

Hoewel Abraham in een ander tijdperk leefde, met andere gewoonten en rituelen is hij toch een voorbeeld voor ons. De belofte aan Abraham die letterlijk, historisch en verifieerbaar vervuld is, staat overeind als een baken, en geeft weer dat wij geen stommelingen zijn om te vertrouwen in hetgeen wat wij uiteindelijk niet kunnen behouden (dit leven) om dat te verwerven wat we niet kunnen verliezen (de beloften om eeuwig te leven).

De Tijdloze Belofte aan een onopmerkelijke persoon – onopvallend maar eeuwigdurend

Vandaag als ik dit artikel schrijf is de aandacht van de wereld voor de vele wereldkampioenschappen. De Amerikaanse NFL gaat naar de Super Bowl. De hockey en basketballkampioenen van dit jaar worden ook rond het voorjaar besloten.  En terwijl deze dramas Amerikaanse fans druk bezig houden, is het andere deel van de wereld misschien gericht op de Australische OpenTennis Grand Slam en Formule 1.  En dan zijn er altijd nog voetbalwedstrijden en -kampioenschappen.

Met alle aandacht gericht op deze sportevenementen, verbaast het dat ze niettemin grotendeels binnen een paar maanden tijd vergeten zullen zijn. Datgene waar de wereld grote aandacht aan schenkt wordt snel vergeten, zodra we naar ander vermaak of  bezigheden overstappen.  Het hoogtepunt van de ene dag is al gauw het verre verleden van de volgende.

We hebben in ons vorige artikel gezien dat ditzelfde patroon ook bekend was in de tijd van Abraham lang geleden.  De belangrijke en spektaculaire uitdagingen, prestaties en gebeurtenissen, die 4000 jaar geleden tot de verbeelding van mensen spraken  zijn nu totaal vergeten. Maar één plechtige belofte, doorgegeven aan één individu, hoewel destijds totaal over het hoofd gezien door de toenmalige wereld groeit uit en ontvouwt zich voor onze ogen.  De belofte, 4000 jaar geleden aan Abraham gegeven, is namelijk letterlijk, historisch en waarneembaar uitgekomen. Dit geeft  ons reden om minstens te erkennen dat de belofte aan Abraham het bestaan van de God van de Bijbel ondersteunt.  Het verhaal van Abraham vervolgt met meer ervaringen met deze Veelbelovende God.  Abraham, en degenen die hem in zijn tocht volgen, leren veel meer –  ze zien deze belofte zelfs verschuiven van het verleden naar het heden.  Het verhaal van Abraham is niet een flitsende-maar-snel-vergeten gebeurtenis, zoals huidige sportgebeurtenissen; het gaat hier om een onopvallende man die de basis legt voor onze bevatting van het eeuwige. We zouden er dus goed aan doen om er aandacht aan te besteden.

De klacht van Abraham

Enkele Jaren waren voorbijgegaan in het leven van Abraham sinds de Belofte in Genesis 12 was uitgesproken. Abraham  was verhuisd naar Kanaan (het Beloofde Land) in wat nu Israel is, in gehoorzaamheid aan de Belofte.  Er waren nog meer gedenkwaardige gebeurtenissen in zijn leven waaronder vooral de voorzegde geboorte van zijn zoon, door wie de Belofte vervuld zou worden. Dus richten we ons nu op het verhaal van ‘de klacht van Abraham’:

Na deze gebeurtenissen werd in een visioen het woord van God tot Abraham gericht:

“Vrees niet Abram Ik ben U tot schild. Overgroot zal uw beloning zijn.”

Toen zei Abram: “Mijn Heer en mijn God, wat kunt U mij geven?  Kinderloos ga ik heen en Eliézer uit Damascus zal de bezitter zijn van mijn huis.?” En Abram zei, “Gij hebt mij geen nazaad gegeven en daarom zal een van mijn onderdanen mijn erfgenaam zijn”. (Genesis 15:1-3)

God’s Belofte

Abraham vertoefde in het Land, wachtende op het begin van de ’Grote  Natie’ die aan hem beloofd was.   Maar er gebeurde niets en hij was nu boven de tachtig jaar oud. Hij mopperde dat God de belofte niet hield die Hij hem had gegeven.  Hun gesprek zet zich voort met:

Weer werd het woord van de Heer tot hem gericht: “ Deze zal uw efgenaam niet zijn; maar die uit uw eigen lichaam wordt geboren, zal uw erfgenaam zijn.”  Hij nam hem naar buiten en sprak, “Zie op naar de hemel en tel de sterren, als ge dat kunt: zó talrijk zal uw nageslacht zijn.” (Genesis 15:4-5)

Dus gedurende hun gesprek, herhaalt Hij Zijn oorspronkelijke Belofte door te zeggen dat Abraham een zoon krijgt die een groot volk zal worden, zo ontelbaar als de sterren aan de hemelen.

Antwoord van Abraham: Eeuwig Effect

Het was nu weer de beurt van Abraham.  Hoe zal hij reageren op deze herhaalde Belofte?  Wat nu volgt is een zin die de Bijbel zelf  beschouwt als één van de voornaamste zinnen in de hele Bijbel  (omdat er later vaak verwezen wordt). Het legt de basis waardoor wij het Evanglie kunnen begrijpen en openbaart de weg naar Het Eeuwige. Het laat zien dat:

Abram in de Heer geloofde en deze rekende het hem tot gerechtigheid. (Genesis 15:6)

Deze zin is misschien gemakkelijker te begrijpen als we de voornaamwoorden met namen vervangen, dan lezen we:

Abram Geloofde de Heer en de Heer rekende het aan Abram tot gerechtigheid . (Genesis 15:6)

Het is zo een kleine onopvallende zin.  Het komt en gaat zonder hoepla en daarom zijn we geneigd om het te missen.  Maar het is echt belangrijk – en daarin ligt het zaad van Het Eeuwige.  Waarom? Omdat in deze kleine zin Abraham ‘gerechtigheid’ verkrijgt.  Dit is de enige deugd die wij als mens nodig hebben om rechtvaardig voor God te staan.

Laten we ons Probleem bekijken: Corruptie

Vanuit God’s oogpunt gezien, ondanks dat we gemaakt waren in het beeld van God gebeurde er iets dat dat beeld beschadigde.  Nou de Bijbelse toekenning:

Vanuit de hemel kijkt de HERE op de mensen neer. Hij zoekt of er nog één verstandig mens bij is, iemand die naar Hem vraagt.

Maar alle mensen zijn van Hem afgedwaald; met elkaar zijn zij het spoor bijster. Er is er zelfs niet één, die doet wat goed is.

(Psalm 14:2-3)

Een beeld dat mij geholpen heeft om dit beter te begrijpen was de verbastering van de elven naar orcs in Tolkiens ‘The Lord of the Rings’ sage, net zoals de analogie van het ‘tekortschieten’ dat in de Bijbel gebruikt wordt. Het eindresultaat hiervan dit is dat we onszelf  gescheiden vinden van  de Rechtvaardige God  omdat wij geen gerechtigheid hebben.  Door onze corruptie zijn we in een ‘Dappere Nieuwe Wereld’ terechtgekomen,  onafhankelijk van God en zonder neiging om goed te doen – en dus rapen we nutteloosheid en dood.  Als je dat betwijfelt, dan ga maar eens naar de laatse koppen in het nieuws kijken om te zien wat men heeft gedaan in het laatste etmaal.

In feite, corruptie heeft ons nogal weerzinwekkend gemaakt, op dezelfde manier dat een rottende karkas van een rat weerzinwekkend is.  We willen daar niet dicht bij komen.  Het zicht en de stank doet ons ervan wegblijven. Wij zijn  gescheiden van de Maker van het Leven en dus zijn de woorden van Jesaja  waar geworden.

Wij hebben ons allemaal verontreinigd, heel onze gerechtigheid werd als bevlekte kleren; wij zijn allen als verwelkte bladeren, de wind van onze zonden blaast ons weg. (Jesaja 64:6)

Abraham en Gerechtigheid

Maar hier in het gesprek tussen Abraham en God vinden wij, zo onopvallend erin gelaten dat we het bijna missen, de verklaring dat Abraham ‘gerechtigheid’ heeft verkregen – het soort dat God accepteert.  Nu dan, wat ‘deed’ Abraham  om deze gerechtigheid te verkrijgen?  En weer zo dicreet dat we het gevaar lopen om het punt te missen, staat er eenvoudig dat Abraham ‘gelooft’. Is dat het enige?! Wij lijden aan deze onoverkomelijke hindernis van corruptie (zeg maar, als ‘orcs’), en hebben dus een bijna natuurlijke, universele neiging om zelf te streven en te zoeken naar mondaine en veeleisende religies, ethiek, ascetische disciplines, zelfkastijding, leren, systemen van verdiensten , enz. om punten te scoren en daarmee gerechtigheid te verkrijgen.  Maar deze man, Abraham, verkreeg deze onmogelijke gerechtigheid gewoon door te ‘geloven’.

Wat betekent dat? En wat heeft dit met mijn en jouw gerechtigheid te maken?  Alles! We gaan daar mee verder in ons volgende artikel: God eigenlijk ’tekort doen’

De oeroude belofte die nog steeds het wereld nieuws beinvloedt

In onze moderne tijd bestaat er een opmerkelijk patroon in het wereldnieuws. Zeker elke maand en soms wekelijks zijn er rapporten  of verhalen die de staat van Israel in het nieuws brengen. Het conflict met de Palestijnen, de omrongende oorlogzones, en de spanning in het Midden Oosten worden meestal gezien door Israelische ogen, en hoe het Israel beinvloedt. Dit is nogal vreemd, gezien het feit dat Israel een klein landje is qua geografie, economie, en bevolking.

Het feit dat gebeurtenissen in het kleine moderne Israel over de hele wereld gevolgd worden, zou ons moeten aanzetten om vragen te stellen rond de geschiedenis en hoe we hier beland zijn. Om dit te begrijpen moeten we naar het begin, ongeveer 4000 jaar geleden, van het book van Genesis. Een gewone man begon een kampeertocht die zijn naam wereldberoemd gemaakt heeft tot de dag van vandaag. Dit is op zichzelf al opmerkelijk, maar heeft implicaties ver buiten het historische verband. Het “Boek” vertelt ons dat dit verhaal invloed heeft op jouw en mijn eeuwige toekomst. Als er een mogelijke kans is dat dit waar is dan zullen we beter op moeten letten.

De man in kwestie is natuurlijk Abraham (Abram). Het bijbels verhaal is zo oud dat er weinig xtern bewijs is om het te bevestigen of te ontkennen. Maar er is wel enio bewijs. Tussen de 17000 Ebla Tabletten die in 1975-76 in Noord Syrie zijn ontdekt en 4200 jaar oud zijn, worden Sodom, Gomorra, Admah, Zeboiim, en Zoar genoemd als ‘steden van de Vlakte’, dezelfde namen en beschrijving die gebruikt wordt in Genesis 13:2 en Genesis 14:2, de locaties waar Abraham “kampeerde”. Dus we hebben een reden om dit verhaal serieus te nemen.

De belofte aan Abraham

Het bijbels verhaal van Abraham begint met God die hem het volgende belooft:

2 Als u dat doet, zal Ik u de vader van een groot volk maken. Ik zal u zegenen en uw naam overal beroemd maken. U zult vele anderen tot een zegen zijn.

3 Zij, die u zegenen, zal Ik zegenen en zij, die u vervloeken, zal Ik vervloeken. De hele wereld zal van u uit worden gezegend.” Genesis12:2-3

.. is vervuld door het feit dat de naam Abraham groot werd 

Tegenwoordig vragen de meeste mensen zich af of er een God is en twijfelen of die God zich heeft laten zien via het bijbels verhaal of niet. En hier is een belofte die gedeeltelijk vastgesteld kan worden. Deze belofte direct van God dat de naam van Abraham “groot zou worden”. Vanuit de 21ste eeuw zien we dat Abraham wereldwijd een van de meestbekende namen in de geschiedenis is. Deze belofte is letterlijk, historisch, en feitelijk bewaarheid geworden. De vroegste bestaande kopie van Genesis was onderdeel van de Dode Zee Rollen die dateren van 200-100 BC. Dit betekent dat deze belofte uiterlijk opschreven is rond die tijd. En toch in die tijd was noch de person, noch de naam Abraham niet welbekend. Hooguit bekend bij de Joden die de Torah kenden. Dus we kunnen zien dat deze belofte vervuld is nadat het beschreven werd, en niet ervoor. Dit is dus niet een ‘vervulling’ beschreven na de gebeurtenissen hadden plaatsgevonden.

.. via zijn grote nageslacht (van Abraham)

Wat is even ongeloofelijk is dat Abraham niets noemenswaardigs heeft gedaan met zijn leven, althans niet het soort dingen die je normaalgesproken een grote naam geven. Hij schreef niets extravagants (zoals de Iliad/Odyssee van Homerus’ bijvoorbeeld), hij regeerde niet over een rijk (zoals de Faraohs in Egypte), hij leidde geen leger tot indrukwekkende overwinningen (zoals Hannibal of Alexander de Grote), en hij heeft niets uitgevonden (zoals de Romeinen). Hij deed niets ‘groots’ behalve kamperen en rondtrekken en toch stond hij aan de grondslag van enkele grote bloedlijnen. Als je in zijn tijd een weddenschap zou plaatsen, dan had je je geld gezet op de koningen, generalen, strijders. of dichters, om te zien wie het grootst zou worden in de geschiedenis. Maar al die namen zijn vergeten, terwijl de man die aan de rand van de wildernis een paar zonen kreeg een huishoudnaam is geworden in de hele wereld. Zijn naam is niet alleen groot vanwege de volken die zijn naam in ere houden en hem als voorvader beschouwen, maar daarna werden die volken zelf ook groot. Dit is inderdaad precies wat beloofd was in Genesis 12. Ik kan niemand anders in de hele geschiedenis vinden wiens naam zo groot is omdat hij zo veel nakomelingen heeft, zonder ooit iets fantasisch gedaan te hebben.

.. door de wil van de Belofte Maker

En het beloofde volk dat van Abraham afstamt – de Joden – waren nooit echt een natie die we typisch associeren met grootheid. Zij bouwden geen grote monumenten zoals de Egyptenaren, schreven geen filosofie zoals de Grieken, en bouwden geen groot rijk en administratie zoals de Romeinen – volken die dat allemaal deden in verband met uitgestrekte wereldrijken en door hun militaire macht. De grootheid van het Joodse volk stamt uit het Boek van de Wet dat bij hun vandaan komt, van enkele individuen die uit hun midden voortkwamen, en uit het feit dat zij enkele duizenden jaren als een aparte bevolkingsgroep overleefd hebben. Hun grootheid rust niet op wat zij gedaan hebben, maar op wat  voor hen en tegen hen gedaan is. Wat was nu de Oorzaak van alles wat deze belofte voortgedreven heeft? Enkele malen kun je lezen dat “Ik zal … “. De unieke manier waarin hun grootheid hun geschiedenis doorkruist is de manier waarop God dit liet gebeuren, onafhankelijk van hun eigen prestaties of ‘overwinningen’. Zelfs in de huidige situatie heeft bijna iedereen aandacht voor het ‘kleine’ Israel. Hoor je regelmatig nieuws over Hongarije, Noorwegen, Papua Nieuw Guinea, Bolivia, of de Centraal Africaanse Republiek – allemaal ongeveer zo groot als Israel?

Er is niets ‘natuurlijks’ in de geschiedenis of gebeurtenissen dat de oude  belofte precies zou volgen, zoals het belooft was aan Abraham, omdat hij vetrouwde in deze belofte en een “pad zelden gevolgt” koos. Denk aan de vele mogelijkheden die tot een mislukking zouden leiden. Maar de belofte is bewaarheid geworden en komt nog steeds uit, duizenden jaren later. Dat het nog steeds uitkomt getuigt van het gezag van de Belofte Maker.

De kaart van de tocht van Abraham. 

Kampeertocht van Abraham van Ur > Haran > Canaan: Het Beloofde Land 

Abraham's Journey

(The Trek) De kampeertocht die de wereld nog steeds beinvloedt

 

De bijbel vertelt ons dat “Abraham op reis ging zoals de Heer hem vertelde” (v4). Een reis die nog steeds de geschiedenis beinvloedt.

 

 

Zegening voor ons

Maar het eindigt daar niet, want er was ook nog iets anders belooft. De zegen was niet alleen voor Abraham want er staat dat “alle volken op aarde door jou (Abraham) gezegend zullen worden”. Dit zou de aandacht van jou en mij moeten vragen. Want wij behoren allemaal tot de volken der aarde – onafhankelijk van je religie, nationaliteit, sociale status, of taal. De belofte is alles-omvattend. Hoe? Wanneer? Wat soort zegen? Dit is niet duidelijk maar het heeft iets te maken met jou en met mij. En omdat we weten dat het eerste deel van de zegen waarheid is geworden, kunnen we vertrouwen hebben dat het volgende deel wat ons aangaat ook waar zal worden.We hebben de sleutel nodig om die waarheid te onsluiten. En we vinden de sleutel in de reis van Abraham. De sleutel tot gerechtigheid, die iedereen zoekt, is voor allen blootgelegd in het volgende artikel als we het verhaal van deze opmerkelijke man verder volgen.

Machtige Eenvoud: Wat is de betekenis van het offer van Jezus?

Jezus kwam om zichzelf als slachtoffer te geven voor alle mensen. Deze boodschap was aangekondigd bij het begin van de menselijke geschiedenis, met een goddelijke onderneming in het offer van Abraham en in het Pascha, met meer details voorspeld in verschillende profetieën in het OudeTestament. Waarom was zijn dood zo belangrijk dat het een dergelijke nadruk machtigde? Dat is een vraag die het overwegen waard is. The Bijbel verklaart iets dat verwant is aan de wet als het stelt:

Want het loon van de zonde is de dood… (Romeinen 6:23)

“Dood” betekent letterlijk ‘afscheiding’. Als onze ziel zich afscheidt van het lichaam gaan we lichamelijk dood. Op een soortgelijke manier zijn wij afgescheiden op een geestelijke of spirituele manier van God.  Dit is waar, want God is Heilig (zondeloos) terwijl wij beschadigd zijn geraakt in onze oorspronkelijke schepping en dus zondigen wij.

Wij zijn gescheiden van God door onze zonden zoals een kloof tussen twee bergen.

Wij zijn gescheiden van God door onze zonden zoals een kloof tussen twee bergen.

We kunnen dit illustreren: We zijn op de top van een berg en God is op een andere top, en tussen ons is een bodemloze kloof. Een tak die van de boom is verbroken, is dood. Op die manier hebben wij onszelf verbroken van God en zijn spiritueel dood.

Deze scheiding veroorzaakt schuldgevoelens en vrees.  Van nature proberen wij bruggen te bouwen van de ene kant (van zonde) naar God’s kant.. We doen dit op allerlei manieren: naar de Kerk, de Tempel of Moskee gaan, door religieus te zijn, goed en behulpzaam te zijn, door te mediteren, meer te bidden enz. De  lijst van verdiensten kan erg lang zijn voor sommigen, en op die manier te leven is erg moeilijk.  Dit wordt geillustreerd als volgt:

Goede daden– die helpvol zijn – kunnen de scheiding van God niet overbruggen.

Goede daden– die behulpzaam zijn – kunnen de scheiding van God niet overbruggen.

Het problem is dat onze moeiten, onze verdiensten, dat wat we opofferen, en onze ascetische praktijken uit zichzelf niet slecht zijn, maar ook niet voldoende zijn, omdat de benodigde prijs (de “kosten”) voor onze zonden is de dood is.  Ons streven is te proberen de afscheiding die ons van God scheidt te niet te doen – maar uiteindelijk kan het de kloof niet overbruggen.  De reden is dat onze religieuze en morele inspanning het oorspronkeljike probleem niet kan oplossen. Het is hetzelfde om te proberen kanker (waarvan het resultaat de dood is) te genezen door vegetarisch te eten. Vegetarisch eten is niet verkeerd – maar gaat geen kanker genezen. Daarvoor heb je een heel andere, meer ingrijpende, behandeling nodig.

Tot nu toe is deze wet alleen maar slecht nieuws– het is zo slecht dat we het vaak niet willen horen en vaak vullen wij ons leven met aktiviteiten en dingen hopende dat deze wet weg zal gaan. Zoals genezing van kanker pas belangrijk voor ons wordt als de diagnose dat we werkelijk kanker hebben tot ons doordringt, op die manier benadrukt de Bijbel deze Wet van zonde en dood om ons te laten inzien dat een kuur eenvoudig is en uiteindelijk krachtig.

Want het loon van de zonde is dood,’ maar’(Romeinen 6:23)

Het woord “maar” laat zien dat de richting van de boodschap omgedraaid wordt naar Het Goede Nieuws van het Evangelie – de kuur.

Want het loon van de zonde is dood, maar de gave van God is het eeuwige leven in Christus Onze Heer. (Romeinen 6:23)

Het goede nieuws van het Evangelie is dat de dood van Jezus voldoende is om de scheiding tussen God en ons te overbruggen. Wij weten dit omdat drie dagen na zijn dood, Jezus lichamelijk opstond, weer levend werd door een physieke verrijzenis. Ondanks dat, zijn er mensen die niet in de opstanding van Jezus willen geloven: veel mensen zijn niet geinformeerd over het sterke bewijsmateriaal van de opstanding. Het offer van Jezus was profetisch voorspeld in het offer van Abraham en de wijding van het Pascha Offer.

Jezus was een mens die een zondeloos leven leidde. Daarom kan hij de menselijke en de goddeijke kant ‘aanraken’ en de kloof die God en mens scheiden overbruggen. Hij is de brug naar het Leven, zoal hieronder te zien is.

Jezus is de brug die over de afscheiding ligt tussen God en mens.

Jezus is de brug die over de afscheiding ligt tussen God en mens.

Zie hoe dit offer van Jezus aan ons gegeven is. Hij is geofferd als een gave… een geschenk Denk eens na over geschenken, cadeaus. Wat het ook is, als het een echt geschenk is dan is het iets waar je zelf niet voor werkt en wat je niet verdient. As je het verdiend had dan is het geen echt geschenk meer! Je kunt dus ook niet het offer van Jezus verdienen of waardig zijn. Je krijgt het gewoon als een kado. Zo eenvoudig is het!

Maar wat is dit geschenk? Het is het ‘eeuwige leven. Dat betekent dat de straf voor de zonde die ons (jou en mij) de dood bracht, nu is betaald en vergeven. Het offer van Jezus is een brug waar je overheen gaat om God te benaderen en dus het leven krijgt dat duurt eeuwig. Dit is het geschenk van Jezus, die door uit de dood op te staan, zichzelf laat zien als Heer. Dat is Machtig.

Welnu, hoe gaan wij dan over die Brug van het Leven, die aan ons gegeven wordt? Denk weer eens aan geschenken (cadeaus). Als iemand komt en jou een cadeau geeft dan is dat iets waar je niet voor gewerkt hebt. Maar om het voordeel van een geschenk te hebben dan moet je het eerst ontvangen. Atijd als er een kado aangeboden wordt zijn er twee mogelijkheden. Of het kado wordt niet aangenomen (“Nee dank je”). Of het wordt wel aangenomen (“Dank je voor het kado”) .  Dus ook dit geschenk moet ontvangen worden – zo eenvoudig is het. Het kan niet zijn dat je er enkel maar mentaal mee instemt, het bestudeert of het begrijpt.  Dat is de illustratie in het volgende plaatje waar wij op de brug lopen om de gave van God te ontvangen.

Het offer van Jezus is een gave die ieder van ons moet ontvangen.

Het offer van Jezus is een geschenk die ieder van ons moet aannemen.

Hoe ontvangen wij dit geschenk dan? De Bijbel zegt dat Iedereen die de Naam van de Heer aanroept zal gered worden. (Romeinen 10:12)

Begrijp dat deze belofte voor ‘iedereen’ is. Omdat hij uit de dood opgestaan is, leeft Jezus nu zelf en is ‘Heer’. Als je Hem roept dan zal Hij je horen en zal Hij jou zijn kado schenken. Je moet Hem aanroepen en het vragen – door een gesprek met Hem te hebben. Misschien heb je dit nog nooit gedaan. Hier is een gids die je kan helpen om dit gesprek en gebed met Hem te hebben. Het is niet iets magisch. Het zijn geen specifieke woorden die kracht geven. Het is het vertrouwen, zoals Abraham dat had, en wij dat hebben in Zijn vermogen en willendheid om ons dit geschenk aan te bieden. Als wij Hem vertrouwen zal Hij ons horen en ons antwoorden. Het Evangelie is krachtig en ook tegelijkertijd zo eenvoudig. Voel je vrij om deze gids te volgen als je hardop of stil in je geest tot Jezus spreekt om deze gave te ontvangen,

 Heer Jezus ik begrijp dat met de zonden in mijn leven, ik afgescheiden ben van God. Hoe ik dan ook probeer, er is geen inzet of offer van mijn kant dat deze afscheiding kan overbruggen. Maar ik begrijp dat Uw dood een offer was om alle zonden weg te wassen- zelfs mijn zonden.  Ik geloof dat U na Uw offer opgestaan bent uit de dood zodat ik echt kan weten dat dit offer voldoende is. Ik vraag U om mijn zonden weg te wassen en de brug te zijn die mij naar God brengt, zodat ik het Eeuwige Leven kan hebben.  Ik wil mijn  leven niet in verslaafdheid aan zonde leven, alstublieft maak mij vrij van zonde. Dank U Heer Jezus dat U dit allemaal voor mij doet en help mij in mijn leven zodat ik U kan volgen als Mijn Heer.

Amen

Verbasterd … en het doel missen

Ik heb opgezocht hoe de Bijbel ons beschrijft als verbasterd van de oorspronkelijke gelijkenis aan God, waarnaar wij zijn gemaakt. Een visuele hulp die mij dit beter liet zien zijn de orcs van Midden – Aarde, verbasterd van de elven. Maar vanuit Bijbels standpunt, hoe is dit gebeurd?

Het ligt vastgelegd in het boek van de oergeschiedenis van de Bijbel. Kort nadat zij geschapen waren ‘naar het evenbeeld van God’ werden de eerste mensen op de proef gesteld. De gebeurtenis die vastgelegd is praat over een gesprek met een slang. Het is iedereen duidelijk dat de slang hier Satan vertegenwoodigt– een engelachtige tegenstander van God. Satan confronteert in de Bijbel meestal door te spreken via een andere persoon.  Hier sprak hij dus via een slang. Het gesprek wordt als volgt beschreven.

De slang was de sluwste van alle dieren in het wild die God gemaakt had. Zo sprak hij tot de vrouw “Heeft God u dan werkelijk verboden om van de bomen in de tuin te eten?”

“Natuurlijk mogen wij het fruit van deze tuin eten” antwoorde de vrouw, “alleen heeft God gezegd: ” Je mag het fruit van de boom die in het midden van de tuin staat niet eten. Je mag de boom zelfs niet aanraken, anders ga je dood. ”

“Je gaat niet dood!” zei de slang tegen de vrouw. “God weet dat je ogen worden geopend direkt nadat je het eet. Je zult zoals God worden, en het goede en het kwade kennen.”

De vrouw was overtuigd. Ze zag hoe mooi de boom was en het fruit zag er heerlijk uit. Zij wilde inzicht krijgen door dit fruit te eten. Dus nam ze wat fruit en at het. Daarna gaf ze wat an haar man, die bij haar was, en hij at het ook. Vanaf dat moment waren hun ogen geopend en plotseling voelden zij schaamte omdat zij naakt waren. Daarom hechten zij vijgenbladen aan elkaar om zichzelf te bedekken. (Genesis 3:1-6)

De kern van hun keuze, de verleiding dus, was dat zij ‘als God konden zijn’. Tot dat moment vetrouwden zij God impliciet in alles en accepteerden Zijn woord volledig. Maar nu hadden zij de keuze om dat achter zich te laten en ’als God te worden’, op zichzelf te vertrouwen en hun eigen inzicht te gebruiken voor alles. Ze konden zelf ‘God’ worden, kapitein op hun eigen schip en meesters van hun eigen levenslot zijn. Zelfstandig zijn, en alleen aan zichzelf verantwoording afleggen. Lang voor Dawkins zijn ‘The God Delusion’ schreef, vielen de eerste mensen al voor ‘de ware god misleiding’ – dat zij als ‘God’ konden zijn.

In hun ‘onafhankelijkheidsverklaring’ veranderde er iets in onze voorouders. Zoals het beschreven staat, schaamden zij zich en probeerden ze zich te bedekken. In feite, net daarna, toen God Adam confronteerde over zijn breuk van het verbond, verwijt hij Eva (en God, die haar gemaakt had). En dan verwijt Eva de slang. Niemand wilde eigen verantwoording nemen.

En wat toen begonnen is blijft doorgaan tot vandaag omdat wij dezelfde aangeboren aanleg geёrfd hebben.

Dat is de reden waarom de Israelieten (later) in de tijd van Hosea zich gedroegen zoals Adam – omdat zij (net zoals wij) deze aanleg hadden geёrfd. Sommigen hebben het Bijbelse verhaal verkeerd begrepen en zeggen dat wij de schuld krijgen van Adams opstand. Dat in feite de enige die schuldig is Adam zelf zou zijn. Maar wij leven wel met de consequenties van zijn opstand. Wij kunnen het als genetisch zien. Wij hebben deze uiteindelijke natuur van Adam geёrfd, en bijna onbewust maar moedwillig gaan wij daarom door met de opstand die Adam begon. Wij willen dan misschien geen God van de kosmos zijn, maar wij willen zoals goden zijn in onze eigen omgeving: kapitein op ons eigen schip, autonoom, los van God. Bon Jovi’s refrein ‘It’s my life’, Frank Sinatra’s meer uitdagende ‘I did it my way’, ‘Ik’ tijdschriften die te koop zijn in onze supermarkten, zijn luchtige echo’s van dit verlangen. Terwijl Hitler’s Mein Kampf en Noord Korea’s leider Kim Jong-Un’s neigingen (bekend als ‘Dear Leader’)  veel donkerdere echo’s zijn. Dit  zijn voorbeelden van de stromingen in onze eigen natuur die uit de opstand van Adam voortkomen.

Dit verklaart veel van het menselijk leven dat wij vanzelfsprekend vinden. Dit is de reden dat mensen overal hun deuren op slot moeten doen, dat ze politie en advokaten nodig hebben net zoals beveiligingswachtwoorden voor het bankwezen – omdat wij in onze natuurlijke aanleg van elkaar stelen. Dit is waarom rijken en samenlevingen de neiging hebben om in te storten – omdat de bewoners in beiden de neiging hebben om in zonde te vervallen. Dit is waarom, na allerlei vormen van regering en economische systemen, ze uiteindelijk toch falen. Sommige werken beter dan andere maar ieder politiek of economisch systeem stort uiteindelijk in. Dit is omdat de mensen die deze ideologieën naleven, achtervolgd worden door tendenzen die op den duur het hele systeem naar de knoppen helpt. Dit is waarom geen enkele religie er in geslaagd is om een blijvende visie voor hun gemeenschap voort te brengen – zoals het ook de atheїsten niet is gelukt (denk aan Stalins Soviet Unie, Maos Rood China, Pol Pots Cambodia) – want er is iets mis zoals we zijn waardoor wij onze visie verliezen.

In feite laat het woord ‘mis’ zo’n beetje zien hoe wij er voor staan. Een vers van het Oude (of Eerste) Testament geeft een idee dat mij geholpen heeft om dit vers beter te begrijpen. Er staat:

Tussen deze soldaten waren zeven honderd geselecteerde troepen die linkshandig waren, ieder kon een steen naar een haarbreedte katapulten en niet missen. (Richteren 20:16)

Dit vers beschrijft de soldaten die geoefend waren in katapult schieten en die nooit misten. Het woord mis in Hebreeuws is vertaald met יַחֲטִֽא (uitgesproken Khaw-taw). Wat zo opmerkelijk is, is dat hetzelfde Hebreeuwse woord zonde betekent en zo gebruikt wordt in het Oude Testament. Hetzelfde woord voor ‘zonde’ wordt bijvoorbeeld gebruikt als Joseph, als slaaf verkocht aan Egypte, geen overspel wil plegen met de vrouw van zijn Egyptische heer, zelfs als zij hem blijft smeken. Hij zegt tot haar:

Niemand in dit huis is groter dan ik. Mijn Meester heeft niets aan mijn macht onttrokken, behalve u, want u bent zijn vrouw. Hoe dan kan ik zulk kwaad kunnen doen en zondigen tegen God? (Genesis 39:9)

En meteen na het geven van de Tien Geboden staat er:

Mozes zei tot het volk, “ Wees maar niet bang, God is gekomen om jullie op de proef te stellen, zodat jullie altijd ontzag voor Hem zult hebben en dus niet zult zondigen” (Exodus 20:20)

In beide gevallen wordt het Hebreeuwse woord יַחֲטִֽא (uitgesproken Khaw-taw) gebruikt, dat vertaald, wordt als ’zonde’. Het is precies hetzelfde woord ‘mis’ voor soldaten die kiezelstenen met katapulten op doelen schieten en zoals in deze verzen gebruikt als ‘zonde’ waar het gaat om de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Dit geeft ons een beeld van wat ’zonde’ is en helpt ons om het te begrijpen. De soldaat neemt een steen en schiet hem met de katapult naar een doel. Wanneer hij mist heeft de steen het doel niet geraakt. Op dezelfde manier zijn wij gemaakt naar het evenbeeld van God, met als doel de manier te bepalen zoals wij tegenover Hem en onze medemens staan. ‘Zondigen’ is ‘het doel dat voor ons bedoeld was niet bereiken’, wat wij in onze verschillende systemen, religieus en ideologisch, ook voor onszelf bestemd hebben.

Deze verbastering, dit ‘mis-het-doel’ beeld is niet prettig, het voelt niet goed en het is ook niet bepaald optimistisch. Ik ontmoet geregeld mensen die nogal heftig reageren op deze Bijbelse leer. Ik herinner me een universiteitstudent die kwaad naar mij keek en zei: “Ik geloof je niet, want ik vind wat je zegt niet plezierig”. Dat vind ik nou eigenaardig. Wat heeft ‘plezierig vinden’ nu te maken met of iets waar is of niet?  Ik houd niet van belastingen, oorlog, AIDS, en aardbevingen – ik denk dat niemand daar van houdt – maar dat zorgt nog niet dat ze weg gaan, en ik kan ze ook niet negeren. Alle systemen van de wet, politie, sluitwerken, sleutels, veiligheid, enz. die we in onze samenleving gebouwd hebben en als vanzelfsprekend beschouwen om onszelf tegen de ander te beschermen, suggereren dat er iets verkeerd is. Deze verklarende Bijbelse Leer verdient toch minstens onbevangen in overweging genomen te worden.

Nu hebben we dus een problem. We zijn corrupt gemaakt – verbasterd – van onze oorspronkelijke staat, het beeld waarnaar we gemaakt zijn is besmet en we kunnen het doel niet bereiken als het van onze eigen morele daden afhangt.

Maar God heeft ons niet in deze staat gelaten om te worstelen in onze hulpeloosheid. Hij nam het initiatief voor een plan wat wij in het oog krijgen in het Teken van Abraham en het Teken van Pascha. Dit was het plan om ons te redden en dit is waarom het Evangelie letterlijk ’goed nieuws‘ betekent – want dit plan is het goede nieuws dat wij moeten horen en ontvangen. Maar God wachtte niet op Abraham om dit nieuws te laten horen. In feite heeft Hij het al in het gesprek met Adam en Eva laten doorschemeren, zo lang geleden in de hof van Eden. We kijken hier naar de eerste aankondiging van het Goede Nieuws.

Gemaakt naar het beeld van God

Laten we zien wat de Bijbel zegt over de oorsprong van de mensheid.  Voor veel mensen is het onbenullig om naar de Bijbel te kijken om onze oorsprong te vinden.  Laten we dan naar de mens kijken die, met een genetische code zo geraffineerd is als de beste computer code die mensen kunnen maken;  we zijn machines gemaakt van eiwitten die kleiner zijn dan de beste moderne nanotechnologie – met de mogelijkheid om automatisch cellulaire beschadigingen te repareren; bovendien hebben we persoonlijkheid en bewustzijn.  Misschien moeten wij open staan voor de mogelijkheid dat wij geschapen zijn door God – de meesterontwerper.

Daarom wil ik graag in deze geest begrip opbouwen voor wat de Bijbel ons vertelt over onze oorsprong, door naar een tekstgedeelte te kijken aan het begin van de Bijbel.

Toen zei God, “Laat ons de mens maken in ons beeld, op ons gelijkend….” En God schiep de mens in zijn beeld.  In God’s beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. (Genesis 1:26-27)

“In het beeld van God”

Welnu, wat betekent het dat de mens geschapen is ‘in het beeld van  God’?   Het betekent niet dat God een lichamelijk wezen is met twee armen, een hoofd, enz.  Veeleer, op een diep niveau zegt het dat de basiskenmerken van mensen afstammen van soortgelijke basiskenmerken van God. Bijvoorbeeld, God (in de Bijbel) and mensen (door aanschouwing)  hebben intelligentie, emoties en een wil.  In de Bijbel wordt God soms beschreven als verdrietig, gekwetst, boos of blij – dezelfde reikwijdte die wij mensen beleven.   Wij maken keuzes en nemen besluiten op dagelijkse basis.  God wordt zo in de Bijbel  beschreven, als kiezend en besluiten nemend. Onze kundigheid in redeneren en abstract denken komt van God.  Wij hebben de capaciteit van een intellect, emoties, en wil, omdat God ze heeft, en wij in Zijn gelijkenis zijn gemaakt.

Als we deze aspecten van onszelf bekijken op een meer fundamenteel niveau, dan zien we dat wij zelfbewust zijn en ons bewust zijn over ’ík’ en ‘jij’.  Wij zijn geen onpersoonlijk ’het’. Wij zijn zo omdat God zo is.  Vanuit dit fundamentele perspectief, wordt de God van de Bijbel niet beschreven als een onpersoonlijkheid, zoals de  ‘Force’ in de filmseries van Star Wars.  En omdat wij naar Zijn beeld gemaakt zijn hebben wij allemaal persoonlijkheid.

Waarom zijn wij Esthetisch

Wij waarderen kunst en drama.  Overweeg eens hoe wij zo natuurlijk van schoonheid houden en het zelfs nodig hebben.  Het gaat dieper dan alleen visuele schoonheid, het gaat zover als muziek en literatuur.  Muziek is belangrijk voor ons – hoe natuurlijk is het zelfs voor ons om te dansen!  Muziek maakt ons leven rijker.  We houden van goede verhalen, kan niet schelen of het in boekvorm is of een toneelstuk, of zoals tegenwoordig in film.  Verhalen hebben helden, schurken, drama, en de grote verhalen leggen deze helden, schurken en het drama vast in onze verbeelding.  Het is zo natuurlijk voor ons om kunst te gebruiken en te waarderen in de vele vormen voor vermaak, om ons op te beuren en te vernieuwen, want God is een Kunstenaar, een Artiest en wij zijn gemaakt naar Zijn beeld.  Het is de moeite waard om ons af te vragen waarom wij zo aangeboren estetisch zijn, wat kunst, drama, muziek, dansen, of literatuur betreft?   Daniel Dennett, een uitgesproken atheïst en een authoriteit van het cognitieve process, antwoordt van een materialistisch standpunt:

“Het meeste van zijn onderzoek neemt muziek als vanzelfsprekend aan.  Hij vraagt niet waarom muziek bestaat. Daarvoor bestaat een kort antwoord dat waar is zover het gaat: het bestaat omdat wij er van houden en dus blijven wij er steeds meer van maken.  Maar waarom houden we ervan?  Omdat wij het mooi vinden.  Maar waarom is het mooi voor ons?  Dat is een goede biologische vraag, maar het heeft nog geen goed antwoord.” (Daniel Dennett.  Breaking the Spell: Religion as a Natural Phenomenon.  p. 43)

Als alles over ons als mensen alleen uitgelegd moet worden via materiale processen, waarom is kunst in alle vormen zo belangrijk voor ons?  Dennett, die waarschijnlijk de meest bekende denker is over deze vraag vanuit een materieel evolutionair standpunt, zegt dat we het gewoon niet weten.  Vanuit een Bijbels standpunt gezien is het omdat God creatief, artistiek en esthetisch is. Hij heeft dingen mooi gemaakt en houdt van schoonheid.  Wij, gemaakt naar Zijn beeld, zijn hetzelfde.  Als we met deze Bijbelse leer beginnen, dan kan onze mensheid uitgelegd worden op een manier dat atheïsme het niet kan.

Waarom zijn wij Moreel

Bovendien, ‘gemaakt naar het beeld van God’ verklaart de ingebouwde morele capaciteit die alle mensen hebben. Wij begrijpen wat ‘verkeerd’ gedrag en ‘goed’ gedrag is – terwijl we toch allemaal andere talen en culturen hebben.  De capaciteit om moreel te redeneren is bij ons ingebouwd.  Zoals de beroemde atheïst Richard Dawkins zegt:

“ Wat ons morele compas bepaalt is een universeel moreel ‘programma’ …  Net zoals met taal, onze morele principes liggen in ons onderbewustzijn.” (Richard Dawkins, The God Delusion. p. 22 3)

Dawkins legt uit dat ons bewustzijn van goed en kwaad bij ons is ingebouwd, zoals ons vermogen om een taal te beheren. Dawkins gelooft niet dat dit morele vermogen van God komt, maar het is wel de meest eenvoudige rechttoe-rechtaan uitleg. Wij hebben een morele capaciteit omdat God moreel is en wij in zijn gelijkenis gemaakt zijn. Dit is een wezenlijk menselijk vermogen.  Als dit niet zo gezien wordt, kan het allerlei misverstanden teweeg brengen.  Neem bijvoorbeeld de tegenwerping van een andere welbekende atheïst Sam Harris.

“Als je gelijk hebt dat alleen religieus geloof de basis is voor de menselijke moraal, dan zouden atheisten minder moreel zijn dan gelovers.”  (Sam Harris. 2005. Letter to a Christian Nation p.38-39)

Harris begrijpt het niet en zit beslist verkeerd. Sprekende vanuit de Bijbel hebben wij een besef van de menselijke moraal, omdat wij gemaakt zijn in de gelijkenis van God, niet vanuit ons religieus zijn.  En daarom hebben atheïsten net als de rest van ons dit morele besef, en kunnen zich moreel gedragen. De moeilijkheid van het atheïsme is om te verklaren waarom wij normbesef hebben –  waarom wij allemaal zo geprogrammeerd zijn.

Waarom zijn wij zo rationeel

Zodoende is het Bijbelse startpunt nodig om zelf te begijpen en te erkennen dat we in God’s gelijkenis gemaakt zijn.  Dus als we inzicht krijgen in God (door wat in de Bijbel geopenbaard is over Hem) of de mens (door waarneming en reflectie) kunnen we ook inzicht krijgen in het andere.  Het is bijvoorbeeld niet moeilijk te zien dat mensen belang plaatsen op relaties met andere mensen.  Het is OK om een goede film te zien, maar het is veel fijner als je dat met een vriend doet. Van nature gaan we naar vrienden om onze belevenissen te delen.  Serieuze relaties en familie relaties zijn belangrijk voor ons gevoel van welzijn.  Integendeel, eenzaamheid en/of gebroken familierelaties en gebroken vriendschappen stressen ons.  Wij zijn niet neutraal en onbewogen bij de gesteldheid van de relaties die wij met anderen hebben.  Welnu, als wij naar God’s beeld zijn, dan verwachten wij dat we dezelfde relationele nadruk in God vinden en in feite doen we dat ook.  De Bijbel spreekt over ”God is Liefde” in (1 Johannes 4:8).  In de Bijbel is veel geschreven over de nadruk die God plaatst op onze liefde voor Hem en voor anderen – ze worden in feite genoemd door Jezus als de twee meest belangrijke geboden in de Bijbel.  Als je er over nadenkt, Liefde moet relationeel zijn want om te functioneren, heeft het een persoon nodig die liefheeft (de minnaar) en de persoon die geliefd wordt (de beminde).

Dus moeten we God zien als een minnaar.  Als we alleen denken aan Hem als de ‘Eerste Oorzaak’, en de ‘Alwetende Godheid’ of misschien als ‘Welwillend Wezen’, dan denken we niet aan de Bijbelse God – maar hebben we zelf een god in ons hoofd gefabriceerd.  Alhoewel Hij al deze dingen is, wordt Hij ook gezien als bijna roekeloos gepassioneerd in zijn relaties.  Hij heeft niet lief:  Hij is liefde.  De twee meest aanzienlijke Bijbelse beelden van God z’n verhouding met de mens is dat van een vader met zijn kinderen, en van een man met zijn vrouw.  Dat zijn geen nuchtere filosofische analogieёn maar weerspiegelen de diepste en meest intieme menselijke verhoudingen.

Er is nu een fundament, dat we gelegd hebben.   De mens is geschapen naar God’s beeld en gelijkenis, bestaande uit verstand, emoties, en wil.  Wij zijn wezens met gevoel en zelfbewustzijn.   Wij hebben normbesef, zijn moreel, met onze ‘morele spraakkunst’ en daarom hebben wij een aangeboren oriëntatie van ‘juist’ en ‘goed’ en wat niet zo is.  We hebben de instinctieve mogelijkheid om schoonheid, drama, kunst, en verhaal in allerlei vormen te scheppen en te waarderen.   En wij gaan van nature zoeken om verhoudingen en vrienschappen met anderen te ontwikkelen.   Wij zijn in wezen zo omdat God dit allemaal is en wij gemaakt zijn in God’s gelijkenis.  Al deze extrapolaties zijn consequent met wat we van onszelf zagen toen wij deze basis hebben gelegd.  We zullen in de volgende publicatie de Bijbelse uitleg zien waarom onze verhoudingen bijna altijd teleurstellend zijn en waarom God zo ver weg is.  Waarom lijkt het dat onze diepste verlangens nooit tot waarheid komen?

Het Pascha Teken van Mozes

Eerder hebben wij gezien hoe de test van Abraham’s brandoffer van zijn zoon Isaac, op het offer van Jezus wees, door de exacte plaats aan te duiden. Het is nu 500 jaar na Abraham en het is ongeveer 1500 BC. Nadat Abraham stierf waren er veel afstammelingen van Isaac, dezen werden nu Israelieten genoemd. Het was een uitgebreid aantal van mensen maar zij zijn ook slaven geworden in Egypte. (Genesis 45-46)

Het Drama van de Uittocht

Nu komen wij bij een merkwaardig drama vastgelegd door Mozes in het boek Exodus (zo genoemd naar het relaas van de Uittocht onder Mozes, die de Israeliten uit Egypte voorging). God had Mozes bevolen om de Pharao te confronteren. Het resultaat was een strijd tussen de wil van deze twee. Het conflict bracht negen plagen voort tegen de Farao. Maar Farao stond niet toe dat de Israelieten mochten vertrekken, daarom bracht God een tiende en verwoestende plaag. De volledige geschiedenis van de tiende plaag is in het boek van Exodus en ik spoor u aan het te lezen want het zal u helpen om de volgende uitleg te begrijpen.

Dit is de tiende plaag die door God verordend was: iedere eerstgeborende wordt gedood deze nacht, behalve degenen die in huizen wonen waar de deurpost was beschilderd met het bloed van een geofferd lam. Voor Farao betekende dit, dat als hij niet gehoorzaamde zijn eerstgeboren zoon en de troonopvolger zou sterven. En ieder huis in Egypte zou zijn eerstgeboren zoon verliezen, als zij geen lam offerden en het bloed op de deurpost schilderden. Egypte moest een nationale ramp het hoofd bieden.

Maar in de huizen waar een lam werd geofferd en het bloed aan de deurpost werd geschilderd gold de belofte dat iedereen bewaard zou blijven. De dood zou dat huis overslaan. Daarom wordt deze dag Pascha genoemd.

Het Pascha teken, voor wie?

Velen die bekend zijn met dit verhaal, nemen aan dat het bloed op de deurpost het teken was voor de engel des doods. Let op dit vreemde aspect in het verhaal:

 De Heer zei tegen Mozes…”…Ik ben de Heer. Het bloed (van het Pascha lam) zal een teken zijn voor u op de huizen waar u bent; en als ik het bloed zie, dan zal ik u overslaan” (Exodus 12:13)

De Heer zocht naar bloed op de deurposten, en wanneer Hij het zag, dan sloeg Hij hen over. Maar het bloed was geen teken voor de Heer. Er staat heel duidelijk dat het bloed een ‘teken zal zijn voor u’ – namelijk voor de mensen. En in het verlengde daarvan is het een teken voor ons die dit verhaal lezen.

Maar hoe is het dan een teken? Na deze gebeurtenissen verordende de Heer om:

En als uw kinderen dan vragen: ‘Waarom doet u dat?’, dan moet u antwoorden: ‘Het is een Pascha-offer voor de HERE, Die in Egypte onze huizen voorbij ging, toen Hij de Egyptenaren strafte.” (Exodus 12:26,27)

De merkwaardige Pascha kalender

We hebben aan het begin van dit stuk gezien dat deze gebeurtenis het begin is van de oude Joodse kalender.

De Heer sprak tot Mozes en Aaron in Egypte; “ Deze maand zal voor jullie de eerste maand zijn, de eerste maand van jullie jaar…(Exodus 12:1-2)

Dus werden de Israelieten geboden om Pascha ieder jaar op dezelfde dag te vieren. De Joodse kalender is een beetje anders dan onze westerse kalender. Daardoor verandert de eerste dag van jaar tot jaar als we het vergelijken met de westerse kalender.

Sheep

Dit is een modern beeld van Joodse mensen die zich voorbereiden op het Pascha, ter herinnering aan dat eerste Pascha 3500 jaar geleden.

Daarom wordt tot op de dag van vandaag, 3500 jaar later, door de Joden over de wereld, Pascha gevierd op dezelfde dag op hun kalender, ter herinnering van deze gebeurtenis in gehoorzaamheid aan het bevel dat hen gegeven werd.

Door deze gebeurtenis na te gaan in de geschiedenis, zien we iets opmerkelijks. Je kunt dit lezen in het Evangelie ; de omstandigheden rond de arrestatie en rechtzaak van Jezus:

“Toen brachten zij Jezus…naar het pretorium…zij gingen het pretorium niet binnen want ze moesten het paasmaal (seder) kunnen eten en mochten zich daarom niet verontreinigen. Pilatus zei tot de Joodse leiders…Maar er bestaat onder u de gewoonte dat ik met Pasen iemand vrijlaat. Wilt gij dat ik de koning der Joden vrijlaat? Toen begonnen zij opnieuw te schreeuwen: Nee, die niet…                 (Johannes 18: 28, 39-40)

Het verband tussen de kruisiging van Jezus en Pasen wordt ondersteund in de rabbinale geschriften van de Talmoed. Dit zijn niet-vriendelijke getuigen en hebben daarom geen motief om het eens te zijn met wat er door de Evangelieschrijvers gezegd wordt. Zij erkennen echter dat:

“Jezus is opgehangen op de avond voor Pasen…” (Sanhedrin 43a van de Babylonische Talmoed; aangehaald in Jezus en Christelijke oorsprongen buitenom het Nieuwe Testament.)

Om het anders te zeggen, Jezus werd gearresteerd en ter dood gebracht op het Pascha van de Joodse kalender – de dag waarop de Joden een lam gingen slachten ter herinnering aan de lammeren die er voor zorgden dat in 1500 BC de dood hen zou overslaan. Misschien herinner je je een van de Titels van Jezus:

De volgende dag zag Johannes (de Doper) Jezus naar hem toe komen en zei: “Zie het Lam van God, die de zonden van de wereld zal weg nemen…” (Johannes 1:29).

Dit is waar we het drama in dit Teken zien, Jezus, het ‘Lam Gods’, werd gekruisigd (dus geofferd) op precies dezelfde dag dat iedere Jood die toen leefde, een lam offerde als herinnering aan het eerste Pascha, dat leven gaf aan de Joodse kalender. Dit verklaart de twee verschillende jaarlijkse vieringen – een parallel welke weinigen van ons opmerken, en ons ook niet afvragen: ‘Waarom?’ Het Joodse Pascha feest is ieder jaar in rond dezelfde tijd als Pasen. Het valt altijd in dezelfde maand of week, maar niet op dezelfde dag omdat Goede Vrijdag betrekking heeft op de Vrijdag van deze week, terwijl het Joods Pascha valt op de veertiende dag van de maand ‘Nisan”. Dit is de reden dat Pasen ieder jaar anders valt. De Joodse kalender werkt anders dan de kalender van het westen.

Tekenen, er zijn overal tekenen

We gaan nu terug naar de tijd van Mozes, naar het eerste Pasen (Pascha) waar het bloed een teken was. Niet voor God maar voor de mensen. Denk nu eens een ogenblik aan wat de bedoeling van tekenen zoals hieronder kan zijn:

Signs

Tekenen zijn om onze gedachten te richten op dingen waar de tekenen naar verwijzen.

Het teken van ‘doodskop en botten’ verwijst ons naar dood en gevaar. Het teken van de ‘Gouden Bogen’ doet ons aan McDonalds denken. Het teken ‘√’ op de bandana van tennis speler Nadal is het teken van Nike. Nike will dat wij aan hen denken als we Nadal zien. Met andere woorden: tekenen zijn wegwijzers voor onze gedachten, niet om aan het teken zelf te denken, maar aan iets anders.

Welnu, het verhaal van Pascha spreekt uitdrukkelijk van het teken voor de mensen. Waar wil God dat wij aan denken met het teken van Pasen (Pascha)?  Aan de merkwaardige samenloop van het feit dat lammeren geofferd worden op dezelfde dag als Jezus, en het feit dat Jezus ‘Lam van God’ genoemd wordt. Dat moet wel een verwijzing zijn naar het latere slachtoffer, Jezus.

Het werkt in onze gedachten zoals in het diagram dat ik van mezelf hier gemaakt heb.

Het Pascha is een teken wijzend naar Jezus door de opmerkelijke timing van het Pascha met Jezus 'kruisiging

Het Pascha is een teken vooruit wijzend naar Jezus door de opmerkelijke timing van het Pascha met Jezus z’n kruisiging

Pasen is het Teken dat vooruit wijst naar Jezus door de bijzondere samenloop van Pasen met de kruisiging van Jezus.

Het feit dat Jezus het ‘Lam van God’ is en Zijn bloed vloeide, heeft mij ‘leven’ gegeven.

De plaats waar eerder een ram gedood werd zodat Isaac kon leven was de berg van Moriah – is precies dezelfde berg waar later Jezus geofferd zou worden. Dat maakt het mogelijk dat wij de betekenis ‘zien’ van Zijn dood door te wijzen naar de plaats. Op deze berg zien wij dat Pasen naar het offer van Jezus wijst, maar door een ander teken te gebruiken – door naar de dag op de kalender te wijzen – de kalender begon met dit gebeuren. Dus de twee voornaamste gebeurtenissen van het Oude Testament (Isaac en de Uittocht) zijn symbolische tekenen die direct op het tijdstip en de plaats van de dood van Jezus wijzen. Beiden gebruiken geofferde lammeren. Ik kan me niemand herinneren in de geschiedenis van wie de dood (of een voorname gebeurtenis) zo is voorgespiegeld door twee paralellen op zo’n dramatische manier. U misschien?

Door beide gebeurtenissen te bekijken, worden we erop gewezen dat er een redelijke basis is om te geloven dat Jezus de hoeksteen is van een goddelijk plan, lang geleden voorschaduwd door Egyptische slaven die een nieuwe kalender begonnen door de deurposten van hun huizen te beschilderen met het bloed van lammeren.

Maar waarom heeft God deze tekenen gegeven om de kruisiging van Jezus aan te kondigen en te voorspellen? Waarom is deze gebeurtenis zo belangrijk? Hoe zit het met de wereld, dat het zulke bloedige rituelen nodig heeft? Om daar antwoord op te krijgen zullen we naar het begin van de Bijbel kijken om te begrijpen wat er gebeurde vanaf het begin der tijden.

Het Teken van Abrahams Offer

Abraham is een van de meest fundamentele karakters van het Oude Testament die ons helpt om het Evangelie te begrijpen. Hij leefde 4000 jaar geleden en reisde van wat nu Iraq heet naar wat nu Israel heet. Het verslag in de Bijbel is erg oud maar toch wordt het geregeld ondersteund door archeologische opgravingen als feitelijke geschiedenis. In de 17000 Elba Tabletten die ontdekt zijn in 1975-6 in noordelijk Syrië, 4200 jaar oud,  worden Sodom, Gomorra, Admah, Zeboiim en Zoar, vermeld als “Steden van de Vlakte”, dezelfde namen en beschrijvingen die gebruikt worden in Genesis 13:3 & Genesis 14:2 – de plaatsen waar Abraham zijn tenten opsloeg. Zodoende hebben we echt wel reden om te geloven dat dit verslag historisch is. Dit verslag van Abraham is samengesteld door Mozes rond 1500 vóór Christus, een paar honderd jaar nadat Abraham leefde. In moderne archeologie hechten we veel waarde aan mondelinge overlevering (‘verhalen’).

Zo wil ik kijken naar een bekend gedeelte van het verslag van Abraham, waar God hem vraagt om zijn enige zoon Isaäk te offeren, de beloofde zoon van zijn ouderdom, die volgens Joodse overlevering inmiddels in de dertig was, op wie Abraham jarenlang op gewacht had, en op wie alle hoop voor de toekomst rustte.

Op dit moment in zijn leven wordt Abraham op de proef gesteld zoals nooit tevoren en dit geeft ons een blik door een ‘ruitje` naar het Evangelie. Ik raad u sterk aan om in Genesis het hele verslag van de beproeving, en het voorgenomen offer van zijn zoon Isaäk hier te lezen.

Het offer, kijkende naar de toekomst

We kunnen zien aan het verslag dat dit een proef was voor Abraham, maar het is ook voor ons geschreven. En om dit te `zien` moeten we enige waarnemingen in dit verslag op een rij zetten. Hier volgt een belangrijk gedeelte van het verslag:

Abraham keek op en zag een ram die met zijn horens in het struikgewas verward zat; Abraham greep de ram en offerde het als brandoffer op het altaar in plaats van zijn zoon. Abraham gaf die plaats de naam ’Jahweh draagt zorg’ (de Heer zal voorzien). Daarom wordt ook nu nog gezegd: Op de berg van Yaweh wordt zorg gedragen’. (Op de berg van de Heer wordt het voorzien) (Genesis 22:13-14)

Merk op welke naam Abraham geeft aan de plaats van de beproeving. Hij noemde het “de Heer zal voorzien”. De vraag die wij moeten stellen is: ‘Is die naam in het verleden, in de tegenwoordige tijd, of in de toekomstige tijd?’ Het is duidelijk in de toekomstige tijd. Het kommentaar dat volgt maakt dat zelfs duidelijker (wat Mozes er in gezet heeft toen hij dit verslag in de Torah samenstelde zo ongeveer 500 jaar later) herhaalt: ”…het wordt voorzien”. Dit is weer in de toekomstige tijd en is daarom gericht op de toekomst. Maar de ram is brandoffer in vers 13 en dus de benaming gebeurt pas nadat de ram is geofferd in plaats van Isaäk. Velen die dit verslag lezen, denken dat Abraham, toen hij de plaats een naam gaf, het heeft over de ram die in het struikgewas verward zat en die hij offerde in plaats van zijn zoon Isaäk. Maar toen Abraham de plaats een naam gaf, was de ram al dood, geofferd en verbrand. Als Abraham aan de ram dacht die al dood, geofferd en verbrand was – dan zou hij geschreven hebben: “…de Heer heeft voorzien”, in de verleden tijd dus. En Mozes, toen hij dacht aan de ram die de plaats van Abraham’s zoon Isaäk innam, zou gezegd hebben ’daarom wordt ook nu nog gezegd “Op de berg van de Heer werd voorzien”. Maar zowel Abraham als Mozes geven de naam in de toekomstige tijd en ze denken dus niet aan een reeds dood en geofferd ram.

Waar het brandoffer plaats vond

Waar gaat dit dan om? Als we zoeken naar een aanduiding of teken dan zien we dat de plaats waar God Abraham naartoe stuurde, het begin van dit Teken was:

Toen zei God, “Neem uw zoon, uw enige zoon, Isaäk, die ge lief hebt en ga naar het  land van Moria. Offer hem daar op als brandoffer op een van de bergen, die ik u aanwijs”. vers:2

Dit gebeurde dus in ‘Moria’. Maar waar is dat? Ofschoon het een wildernis was in de tijd van Abraham (2000 voor Christus), heeft Koning David duizend jaar later (1000 vC) de stad Jeruzalem daar gevestigd. Zijn zoon Salomo bouwde er de eerste Joodse tempel. Later in de historische boeken van het Oude Testament lezen wij:

Toen begon Salomo met de bouw van de Tempel van Jahweh in Jeruzalem op de berg Moria, waar Jahweh aan zijn vader David verschenen was ( 2 Kronieken 3:1)

Met andere woorden, ‘de berg Moria’ was in de tijd van Abraham, een geisoleerde bergtop in de wildernis. Maar 1000 jaar later, dank zij David en Salomo werd het de centrale hoofdstad van de Joden en Israelieten, waar zij de Joodse tempel bouwden. En tot de dag van vandaag is het een heilige plaats voor de Joodse mensen.

Jezus en het brandoffer van Abraham

En hier vinden we een direct verband met Jezus en het Evangelie. We zien dit verband als we een van de titels die Jezus toekomt nader bekijken. Jezus had veel titels die met hem geassocieerd werden. Misschien is de meest bekende titel van Hem wel ‘Christus’. Maar er is een andere titel aan hem gegeven die opvalt. We zien dit in het Evangelie van Johannes, als Johannes de Doper zegt:

De volgende dag zag Johannes (de Doper) Jezus naar hem toe komen en zei: “Zie het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt. Deze is het waarvan ik zei: Na mij komt een man die er eerder was dan mij, want Hij was er al voordat ik geboren was’”.(Johannes 1:29-30)

Met andere woorden, Jezus was ook bekend als ‘Het Lam Gods’. Kijk nu naar het einde van Jezus leven. Waar werd hij gearresteerd en gekruisigd? Het was in Jeruzalem (zoals wij gezien hebben op dezelfde ‘berg Moria’). Het wordt duidelijk gezegd gedurende zijn arrestatie:

Toen hij [Pilatus] vernam dat Jezus uit het machtsgebied van Herodus kwam stuurde hij Hem naar Herodus, die in die dagen eveneens in Jeruzalem verbleef. (Lucas23:7)

Met andere woorden, de arrestatie, rechtzaak, en veroordeling van Jezus gebeurden in Jeruzalem (waar de berg Moria is). De Romeinse historicus Tacitus erkende de plaats van Jezus` kruisiging als `Judea`, de Romeinse provincie waarvan Jeruzalem de hoofdstad was. Hij schrijft:

`….Christus, de grondlegger van de naam, werd gedood door Pontius Pilatus, procurateur van Judea in de regio van Tiberius; maar het fatale bijgeloof, een tijd lang onderdrukt, brak weer los, niet alleen door Judea…`(Tacitus. Annals XV.44. Hij was een Romeinse geschiedschrijver die dit schreef in 116 AD)

Dus de dood van Jezus wordt in Judea geplaatst door niet-Bijbelse geschiedkundigen, en dat is overeenkomstig de Evangelieën die het in Jerusalem plaatsen. De plaats van de terechtstelling van Jezus werd niet zo maar verzonnen door de Evangelieschrijvers om het te laten passen bij het verhaal van Abraham.

Laten we terugkeren naar Abraham. Waarom zette hij de plaats in de toekomstige tijd “de Heer zal voorzien”? Hoe kon hij weten dat er daar iets `voorzien`zou worden in de toekomst, dat een exact spiegelbeeld zou zijn van het drama dat hij zelf meemaakte op de berg Moria? Denk er eens over na: in dat drama wordt Isaäk gespaard voor de dood omdat het lam in zijn plaats gedood wordt. Twee duizend jaar later wordt Jezus het `Lam Gods’ genoemd en wordt gearresteerd en sterft op precies diezelfde plaats – zodat jij en ik kunnen leven! Zowel Abraham als Mozes beweren dat God het aan hen had geopenbaard.

Een Goddelijke Geest Openbaart Zichzelf

En het lijkt er inderdaad op dat er een Geest is die deze twee gebeurtenissen, 2000 jaar in tijd gescheiden, aan elkaar koppelt.

Het brandoffer van Abraham was een teken dat wees naar 2000 jaar later om ons te laten denken aan de dood van Jezus.

Het brandoffer van Abraham was een teken dat wees naar 2000 jaar later om ons te wijzen op de dood van Jezus.

Maar wat dit zo uniek maakt, is dat de eerste gebeurtenis verwijst naar de tweede gebeurtenis 2000 jaar later. We weten dat de eerdere was opgezet om naar de latere te verwijzen, omdat zowel Abraham als Mozes de naam gaven: “De Heer zal voorzien” kijkend naar de toekomst. Het voorbeeld illustreert hoe de gebeurtenissen uit het verleden zinspelen op die van de toekomst, zo gearrangeerd om ons aan het laatste gebeuren te doen denken.

 

Goed Nieuws voor jou en mij

Deze uitleg is ook treffend om een meer persoonlijke reden. Aan het einde van het gesprek verklaart God aan Abraham dat

”…in uw nageslacht zullen alle volken der aarde worden gezegend, omdat gij naar mijn stem hebt geluisterd ”. (Genesis 22:18)

Als je tot een van de volken van de aarde hoort (en dat doe je) dan zul je hier aandacht aan moeten besteden, want de belofte is dat je een zegening van God zelf krijgt! Zelfs de mogelijkheid van een zegening van God, zou ons moeten bewegen om dit verder uit te willen zoeken.

Maar hoe wordt deze zegening gegeven? Om te beginnen, het woord ‘nageslacht’ is hier enkelvoudig. Het is niet ‘nageslachten’ zoals in vele afstammelingen of volken, maar enkelvoudig zoals ‘hij’, en niet door vele mensen of groepen van mensen zoals in ‘zij’. En nogmaals, dit wijst op ‘iemand uit uw nageslacht’, naar Jezus, die afstamt van Abraham. En net zoals de ram Isaäk redde van de dood door in zijn plaats te sterven, zo redt ‘het Lam van God’, ons van de dood door zijn eigen dood. Dat het Goede Nieuws van het Evangelie vooraf is aangekondigd sluit de mogelijkheid van toeval uit in het verhaal van het offer van Isaäk op de berg Moria, dezelfde plaats waar 2000 jaar later het ultieme offer werd gebracht.

En het is niet alleen in het verhaal van Abraham waar dit gebeurt, we zien het ook in het Pascha (het Paas-) verhaal van Moses in Egypte  – een van de bekendste verhalen in de Bijbel.

Is de Bijbel wat tekst betreft betrouwbaar? Of is het vervormd?

Een inleiding tot Tekstuele Kritiek en de Bijbel

In de wetenchappelijke en geleerde tijd waarin wij nu leven, betwijfelen wij vaak de on-wetenschappelijke geloven, die de oudere generaties accepteerden. Dit skepticisme betreft religieuze geschriften en dan vooral de Bijbel. Velen van ons vragen zich af hoe betrouwbaar de Bijbel is. Dat komt voort uit wat we van de Bijbel weten. Het is meer dan twee duizend jaar geleden geschreven! Gedurende het grootste deel van deze tijd waren er geen drukpersen, kopieermachines, of uitgeverijen.

Daarom werden de originele manuscripten, generatie na generatie, met de hand gecopieerd, terwijl er talen uitstierven en nieuwe kwamen, naties veranderden, en nieuwe machten verrezen. Omdat de originele manuscripten allang verloren zijn, hoe kunnen wij weten dat de Bijbel die we nu lezen, dezelfde is die de oorspronkelijke auteurs zo lang geleden echt hebben geschreven?   Er is een kinderspelletje “telefoon”, waar kinderen in een kring zitten, en een van hen fluistert een boodschap in het oor van de volgende persoon, en zo voort, totdat het bericht bij de laatste person terecht komt. Deze zegt de boodschap hardop en dan horen de kinderen dat de boodschap veel veranderd is. Kan dit spelletje vergeleken worden met het doorgeven van de Bijbel gedurende al die tijd? Zodat wat we nu lezen aanzienlijk verschilt met wat er oorspronkelijk geschreven stond?

Principes van Tekstuele Kritiek


Natuurlijk is deze vraag waar voor alle oude geschriften. Hiernaast is een voorstelling van het proces zoals dit soort geschriften door de tijd bewaard worden. Het laat een voorbeeld zien van een oud document dat is geschreven in 500 BC (de datum is alleen ter illustratie). Het oorspronkelijke document blijft nooit voor altijd bestaan, daarom wordt er voordat het vervalt, wegraakt, of vernietigd wordt, een kopie (MSS) van het manuscript gemaakt. (1st copie). Een professionele groep mensen, schriftgeleerden, deden het kopieerwerk. In de volgende jaren werden er kopieën gemaakt van kopieën (2nd copie & 3rd copie). Uiteindelijk werd er een kopie bewaard wat nu nog bestaat (3rd copie). In ons voorbeeld werd de bestaande kopie gemaakt in 500AD. Dit betekent dat het vroegste dat we van het document af kunnen weten, is vanaf 500AD. Tengevolge is de periode van 500BC tot 500 AD (x in het diagram) de periode waar we geen verificatiekopieën kunnen maken, omdat alle manuscripten van deze periode verloren zijn gegaan.

Bij voorbeeld, als er kopieërfouten zijn gemaakt (opzettelijk of niet) toen de tweede kopie (2nd copie) werd gemaakt van de eerste (1st copie), dan kunnen wij dit niet ontdekken omdat beide documenten er niet meer zijn om met elkaar te vegelijken. Deze tijdperiode die vooraf gaat aan de kopieën die we nu hebben (de periode x) is daarom het interval van tekstuele onzekerheid. Zodoende moeten we naar de lengte van de periode kijken, om antwoord te krijgen op de vraag of de tekst betrouwbaar is. Hoe korter het interval (‘x’ genaamd in het diagram), des te meer vertrouwen we kunnen hebben in het behoud van de juiste tekst in onze tijd.

Natuurlijk bestaat er meestal meer dan een kopie van een document. Stel dat we twee kopieën hebben, waarin we in dezelfde sectie we de volgende vertaalde zin vinden:

Slide2

De originele auteur schreef over Joan OF over John, dus bevat een ervan een kopieerfout. De vraag is – welke heeft de fout? Uit dit beschikbare bewijsmateriaal is het moeilijk te bepalen.

Wat als we nog twee kopieën van dit werk vinden zoals in het voorbeeld hier onder:

Slide3Dit maakt het eenvoudiger om te zien waar de fout is. Het is nl. aannemelijk dat de fout een keer gemaakt is en niet drie keer, en dus volgt dat MSS #2 de kopieerfout heeft, en de auteur schreef over Joan en niet John.

Dit tweede voorbeeld laat ons het tweede principe zien dat we kunnen gebruiken om te kijken of een manuscript ongeschonden door de tijd gekomen is.  Hoe meer manuscripten er beschikbaar zijn, des te gemakkelijker het is om fouten te herkennen, te korrigeren, en zich van de ware inhoud van het oorspronkelijke geschrift te verzekeren.

Tekstuele Kritiek op Klassieke Grieks-Romeinse geschriften vergeleken met het Nieuwe Testament

We hebben dus twee indicators om te zien of de vroegere geschriften tekstueel betrouwbaar zijn: 1) de gemeten tijd tussen het originele geschrift en de oudste kopieën en 2) het aantal kopieën  van manuscripten tellen die er zijn. Omdat deze indicaties voor alle oude geschriften gelden, kunnen wij beginnen om ze zowel op de Bijbel als op andere oude geschriften toe te passen zoals in de tafels hieronder:

Auteur * wanneer Geschreven vroegste KopIE PERIODE #
Caesar 50 BC 900 AD 950 10
Plato 350 BC 900 AD 1250 7
AristotEleS 300 BC 1100 AD 1400 5
Thucydides 400 BC 900 AD 1300 8
Herodotus 400 BC 900 AD 1300 8
Sophocles 400 BC 1000 AD 1400 100
Tacitus 100 AD 1100 AD 1000 20
PlinIUS 100 AD 850 AD 750 7

* van welk werk dan ook

Deze schrijvers vertegenwoodigen de meeste klassieke schrijvers van het verleden – deze werken hebben de ontwikkeling van de Westerse beschaving beinvloed. Gemiddeld zijn deze geschriften aan ons overgedragen in 10-100 manuscripten die bewaard zijn gebleven vanaf 100 jaar nadat het origineel was geschreven. Vanuit een wetenschappelijk oogpunt zijn de voorbeelden die wij hier gebruiken – data van klassieke schrijvers – acceptabel en worden door de academische wereld waaronder universiteiten over de hele wereld gebruikt.

De volgende tabel vergelijkt de Bijbelse geschriften (vooral het Nieuwe Testament) op dezelfde manier.

(2). Dit kan gezien worden als onze experimentele data, die met onze controle gegevens vergeleken wordt, zoals in elk ander wetenschappelijk onderzoek.

Auteur wanneer Geschreven vroegste KOPIE PERIoDE #
Caesar 50 BC 900 AD 950 10
Plato 350 BC 900 AD 1250 7
AristotEleS 300 BC 1100 AD 1400 5
Thucydides 400 BC 900 AD 1300 8
Herodotus 400 BC 900 AD 1300 8
Sophocles 400 BC 1000 AD 1400 100
Tacitus 100 AD 1100 AD 1000 20
PlinIUS 100 AD 850 AD 750 7

Er zijn vreselijk veel manuscripten van het Niewe Testament en het is onmogelijk om ze allemaal in een tabel te zetten.

Sinds we meer dan 24000 MSS kopieën van gedeeltes van het Nieuwe Testament hebben op dit moment… Er is geen ander oud dokument dat daaraan kan tippen in aantallen en certificering… Ter vergelijking, de ILIAD geschreven door Homer, komt op afstand op de tweede plaats, met 643 MSSen die overgebleven zijn.

Een leidende geleerde van het British Museum bevestigt dit:

“Geleerden zijn er tevreden over dat zij de ware tekst hebben van voornaamste Griekse en Romeinse schrijvers…… doch, wat wij kennen van hun geschriften hangt af van een handje vol MSSen (kopieeën), en van MSSen van het Nieuwe Testament zijn er… duizenden. (4)

De tekstuele kritiek van het Nieuwe Testament en Constantijn.

Een groot aantal van deze manuscripten zijn vreselijk oud. Ik heb een boek in mijn bezit over de oudste Nieuwe Testamentische documenten. De introduktie begint als volgt:

“Dit boek geeft u 69 van de oudste Nieuwe Testamentische manuscripten…Het is gedateerd vanaf de 2de tot het begin van de 4de eeuw na Chr (100-300AD)…en het bevat ongeveer twee derde van de Nieuwe Testamentische tekst (5)

Dit is belangrijk, want deze manuscripten stammen van voor de tijd van Romeinse Keizer Constantijn (ca 325 AD) en de machtsontplooiing van de toenmalige Katholieke Kerk. Beiden worden vaak beschuldigd dat zij de tekst van de Bijbel hebben veranderd. We kunnen dit als het ware testen door de veranderingen in de tekst te vergelijken met de teksten van voor Constantijn (want die hebben we) met die teksten die erna komen. Maar we zien dat ze hetzelfde zijn. De boodschap van de tekst van 200AD is dezelfde als die van 1200AD. Zowel de Katholieke Kerk als Constantijn hebben de Bijbel niet veranderd. Dit is geen religieuze bepaling, het is gebaseerd op wetenschappelijke data. Het plaatje hieronder laat u de tijdlijn zien van de manuscripten waarop de Bijbel is gebaseerd.

Slide4

Implicaties van de tekstuele kritiek van de Bijbel.

Wat kunnen we hieruit concluderen? We zijn er zeker van dat we het Nieuwe Testament objectief kunnen meten (het aantal bestaande MSSen, en de tijdperken tussen de oorspronkelijke en het vroegst bestaande MSS). En dat de authenticatie beter is dan die van ander klassieke werken. Het bewijsmateriaal stuurt ons meer naar het volgende citaat:

“De mate van twijfel over de resulterende tekst van het Nieuwe Testament duwt alle klassieke geschriften in het duister. Want er zijn geen documenten uit de oudheid die schriftelijk zo goed gecertificeerd zijn als het Nieuwe Testament.” (6):

Wat er in feite gezegd wordt is, dat als we de betrouwbaarheid van de Bijbel betwijfelen, dat we net zo goed alles wat we van klassieke historie weten weg kunnen gooien En dit is iets wat geen enkele geschiedkundige ooit gedaan heeft. We weten dat de Bijbelse tekst niet veranderd is, terwijl tijdperken, talen en rijken voorbij gegaan zijn en dat de vroegste en juiste MSSen hieraan vooraf gegaan zijn. Wij weten bevoorbeeld dat enthousiaste monniken de wonderen van Jezus niet aan de Bijbel hebben toegevoegd. Want we hebben manuscripten die ouder zijn dan de middeleeuwse monniken. Deze manuscripten bevatten ook de wonderen die Jezus verrichtte.

En de Vertaling van de Bijbel dan?

Hoe zit het met fouten die er gemaakt zijn bij het vertalen van de Bijbel, en het feit dat er zoveel verschillende versies van de Bijbel zijn? Bewijst dit niet dat het onmogelijk is om precies te kunnen weten wat de originele autheurs echt geschreven hebben?

Allereerst moeten we wijzen op een algemeen misverstand. Er zijn veel mensen die denken dat de Bijbel door allerlei vertalingen gegaan is, waarin elke taal vertaald wordt uit een andere voorafgaande taal. Een serie die er zo uit ziet: Grieks -> Latijns -> Middeleeuws Engels -> Shakespeare Engels -> modern Engels -> andere moderne talen. Echter,  Bijbels worden tegenwoordig allemaal vertaald vanuit de oorspronkelijke taal. Voor Het Nieuwe Testament is de vertaling als volgt: Grieks -> moderne taal, en voor het Oude Testament is de vertaing; Hebreeuws-> moderne taal. De basis van Grieks en Hebreeuws is standaard tekst.  Dus door keuzes van taalkundigen (hoe ze de zinnen in moderne talen vertalen) zijn er verschillen in Bijbelversies gekomen.

Omdat er zoveel literatuur in het Grieks geschreven is (de oorspronkelijke taal van Het Nieuwe Testament), is het mogelijk om de oorspronkelijke gedachten en en woorden van die schrijvers te vertalen. De verschillende moderne versies laten dit duidelijk zien. Bij voorbeeld, lees het bekende vers van Johannes 3:16 in gemeenschappelijke vertalingen. In de meest voorkomende versies zie je een klein verschil in de woorden, maar ze zijn consequent wat idee en betekenis betreft: Dit komt niet uit de vertaling:

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Nederlands Bijbelgenootschap (NBG)

Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.  Groot Nieuws Bijbel (GNB)

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, *opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Herziene Statenvertaling (HSV)

Want Gods liefde voor de mensen was zo groot, dat hij zijn enige Zoon gegeven heeft. Iedereen die in hem gelooft, zal niet sterven, maar voor altijd leven. Bijbel in gewone taal (BGT)

Want God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.  Het Boek Bijbel (HTB)

Je kunt zien dat de vertalingen bijna hetzelfde zijn – ze zeggen hetzelfde alleen met een klein verschil wat woorden betreft.

Ter samenvatting, tijd noch vertaling hebben de ideen en gedachten van de oorspronkelijke manuscripten bedorven. De Bijbeltekst van nu is de zuivere tekst die de auteurs vroeger hebben geschreven.

Conclusie: De Bijbel is het overwegen waard

Het is belangrijk zich bewust te zijn van wat deze studie wel en niet laat zien. Dit bewijst niet per sé dat de Bijbel noodzakelijkerwijs het Woord van God is, noch dat het waar is. We kunnen beargumenteren (tenminste de bewijzen die hier geboden zijn) dat ondanks dat de originele ideen van de Bijbelse Schrijvers zuiver zijn overgekomen, dat dit niet bewijst, noch aanduidt dat deze originele ideeën ooit juist zijn geweest (of dat ze zelfs van God zijn). Dat klopt inderdaad, Maar door de tekstuele betrouwbaarheid van de Bijbel te begrijpen, heeft men een beginpunt vanwaar men serieus de Bijbel kan onderzoeken. Men kan zien of sommigen van de andere vragen beantwoord kunnen worden en men kan ontwaren wat de boodschap is.  De Bijbel zegt zelf dat het een boodschap van God is. Is er een kans is dat dit waar is? Neem de tijd om sommigen van de voornaamste gebeurtenissen in de Bijbel, die ik op deze website uitleg, te leren kennen.

Citaten uit:

1. McDowell, J. Evidence That Demands a Verdict. 1979. p. 42-48 2. Comfort, P.W. The Origin of the Bible, 1992. p. 193 3.  McDowell, J. Evidence That Demands a Verdict. 1979. p. 40

4. Kenyon, F.G. (former director of British Museum) Our Bible and the Ancient Manuscripts. 1941 p.23 5. Comfort, P.W. “The Text of the Earliest New Testament Greek Manuscripts”. p. 17. 2001